top of page
logo Lowlands Fiction

CHRYSALESQUE – MIKE JANSEN

  • 2 dagen geleden
  • 19 minuten om te lezen

 

Op een mooie ochtend in april reden de karren van het circus het gehucht Harmony in Indiana binnen, de een na de ander, langs de hoofdweg uit het oosten, tot ze bij het grasveld aan de rivieroever kwamen, naast de Chadwick pont. De opschriften op de karren gaven aan dat dit Doc Fitzroy’s Magische Show was, het thuis van opzienbarende bezienswaardigheden. De paar kinderen die buiten waren, volgden de karren, in de hoop de vrouw met de baard te zien, de sterkste man op Aarde, of de afschuwelijke lopende man-hagedis.

 De karren vormden een halve cirkel op het gras, met de open zijde naar de Wabash rivier, alsof de karrenvoerders probeerde de dorpelingen buiten te houden. Of misschien vormden de schilderingen aan de buitenkanten van de karren een beeldverhaal over de wonderlijke verrichtingen die het carnaval zou vertonen, terwijl de binnenkant een theater bleek met een eenvoudig toneel, waarop de acteurs hun kunst zouden vertonen.

 De hulpjes gingen erop uit met aanplakbiljetten, hamers en spijkers, om advertenties op bomen en hekken te nagelen. Dit om de dorpelingen te verwittigen dat, jawel, het circus was gearriveerd. En wel de beroemde of zelfs beruchte Doc Fitzroy’s Magische Show die plezier, onderwijs en vermaak bood. Heel anders dan de mensen van Harmony gewend waren, voor wie het leven voornamelijk bestond uit werken en bidden.

 Toen echter de priester van Harmony lachte om de potsierlijke kunsten van de dwerg van het circus, zo vlak na de zondagochtendmis, begrepen de mensen dat het geoorloofd was te gaan. Die middag liepen de eerste bezoekers met hun kinderen de rivieroever op om te staren naar de artiesten die hun onmogelijke kunsten of fascinerende mismaaktheid vertoonden.

 James ‘Doc’ Fitzroy glimlachte toen hij in de ogen van de kinderen het plezier en de voorpret zag voor de show die het reizende circus in de komende uren zou opvoeren. Hij keek opzij naar Seigneur Poppo, de houten pop die in het kleine stoeltje zat, naast zijn eigen brits in de kar. Zijn glimlach verdween. Hij keek weer naar de kinderen en herinnerde zich een andere dag in april, heel lang geleden, toen het gehucht nog Harmonie heette en de gekke priester George Rapp de baas was.

 Hij herinnerde zich ook de andere vier keren dat het circus in deze contreien was geweest en elke keer verbaasde hij zich weer hoe makkelijk mensen vergaten. Maar hij wist ook niet in hoeverre iemand ooit iets vreemds had opgemerkt, ook al was het circus een welkome en gedenkwaardige gebeurtenis in hun hardvochtige, korte levens, die misschien eenvoudig in verband kon worden gebracht met andere gebeurtenissen in deze streek.

 ´Denk je dat we iemand vinden?´ vroeg hij. Hij keek vanuit zijn kar naar de aanwezige mensen.

 Er is er altijd wel een, klonk de stem in zijn hoofd.

 Hij draaide zich naar Seigneur Poppo en zag de donkere, geschilderde ogen van de pop recht naar hem kijken.

 ´Na al deze jaren, het voelt nog steeds niet goed, de wetenschap dat…´

 Seigneur Poppo’s kakelende lach onderbrak hem.

 De wetenschap dat het enige dat je in leven houdt je talent is anderen te vinden die zoals jij zijn? Praat me niet van je normen en waarden, die heb je opgegeven toen je bij het circus kwam, nog in de Oude Wereld. Een leven voor een leven, je weet hoe het werkt, circusdirecteur Fitzroy.

 James keek weer naar de menigte, observeerde teint, haarvitaliteit, enige tekenen van ziekte, maar hij wist dat wanneer het erop aan kwam, hij het gewoon zou ‘weten’…

 Voor de show bezocht James de grote tent waarin de artiesten bezig waren zich voor te bereiden, aan te kleden en opmaken waar nodig.

 ´Hallo James, goed je weer te zien,´ zei Jenna McBride zodra hij binnenging en de tentflap achter zich liet vallen.

 ´Hallo Jenna, je baard staat er goed bij vandaag.´ Hij glimlachte naar haar.

 ´Dank je, James. Deze nieuwe pommade die ik uit St. Louis heb, geeft het een gezonde glans. En geeft geen vlekken op mijn jurk.´

 James kneep even in haar schouder en liep toen verder, langs Gordon Roundale die op een bankje zat en met indrukwekkend ogende gewichten zijn biceps oppompte.

 ´Hi Gordon. De menigte is niet al te groot vandaag, ik denk dat je geen last zult hebben.´

 Gordon keek op. Hij was een immense kerel, helemaal kaal op een grote, zwarte snor na en een baard die zijn kleine kin en slechte tanden verborg bij het praten. Wanneer hij lachte, zoals nu, was dat goed zichtbaar. Gordon haatte grote menigten. Hij hoefde niet te spreken, geen woorden te zingen, geen muziek te spelen, enkel buitengewone staaltjes van kracht te vertonen, maar zijn faalangst nam rechtevenredig toe met de grootte van het publiek.

 James tikte zijn hoed aan bij Ben, Jebediah, Estelle en John die poker speelden aan de grote tafel in het midden. Er lag geld op tafel, dus hij voelde zich niet beledigd dat ze hem negeerden.

 Ze vormden een bijzondere groep mensen, niet alleen vanwege hun beroep, hun raar gevormde lichamen of hun reizende bestaan. Hun geschiedenissen waren lang en complex, gevuld met pijn, zorgen, discriminatie of openlijke vijandigheid. Voor eenieder, zoals voor hem, was het circus een thuis, ze waren zijn familie.

 James zuchtte. Er was werk aan de winkel. Mensen moesten worden vermaakt als ze geld wilden verdienen. Zijn medicijnshow was het laatste optreden en wanneer de mensen zich vermaakt voelden, zouden ze zijn ‘medicijn’ makkelijker accepteren en goed geld betalen voor zijn flessen met gekleurd water.

 Buiten de tent blies hun muzikant, Jesse McOwens, op zijn trompet en riep vervolgens dat de voorstelling zou beginnen. Hij keek door een scheurtje in het tentdoek en zag dat het publiek groter was geworden, nog steeds klein genoeg was om Gordon niet nerveus te maken, maar groot genoeg dat hun voorstellingen de moeite waard waren. Een vrouw alleen trok zijn aandacht. Ze was gekleed in haar zondagse jurk, haar donkergrijze haar in een strakke knot en ze had een bezorgde uitdrukking op haar gezicht. Hij voelde een bekend gefladder in zijn buik dat hem vertelde dat zij er misschien een was.

 Weer klonk de trompet en Gordon stapte het lage toneel op. Hij tilde wat grote gewichten en daagde een van de grotere dorpelingen, een jongeman, uit dezelfde gewichten te heffen. Het werd een vriendelijke wedstrijd waarin de jongeman toch al snel moest opgeven. Daarna vouwde Gordon een ijzeren staaf in een knoop, wat hem een voorzichtig applaus van het publiek opleverde.

 Na hem kwam Jenna op, onder begeleiding van vrolijke vioolmuziek van Jesse. Ze liep het toneel op in een ruime jurk die haar van nek tot voeten bedekte. Mensen staarden naar haar gezicht, de volle baard boven een duidelijk vrouwelijk figuur. Wat volgde was een beetje een gok aangezien de meeste dorpelingen toch wel preuts waren, maar Harmony stond toch wel bekend om een vrijzinnige houding. Jenna maakte de knopen van haar jurk los en trok die vervolgens in een, geoefende beweging van haar lijf.

 Het publiek was even stil toen ze het nette, donkere herenkostuum zagen dat Jenna eronder droeg, maar ze applaudisseerden zodra ze een bolhoed op haar hoofd zette en daar haar haar onder stak.

 Dat ging best goed, klonk de stem van Seigneur Poppo.

 James keek omlaag en zag de houten pop, liggend op zijn rug, vlak naast zijn rechterbeen.

 James knielde en tilde de pop op en zette hem rechtop op zijn arm, zodat ze elkaar aan konden kijken. Seigneur Poppo zag er oud en versleten uit, maar de kleuren en details onder het oude vernis waren nog helder genoeg.

 Jesse kondigde Jebediah Hamlish aan, de slangenmens. Jebediahs optreden duurde wat langer, zodat mensen goed naar zijn armen en benen in onmogelijke posities konden kijken.

 ´De mensen lijken het interessant te vinden,´ zei James. ´Ze gaan niet weg en volgens mij zijn er een paar bijgekomen.´

 Bereid je spullen maar voor dan, zei Seigneur Poppo. Deze boeren hebben goed zilver, misschien zelfs wat goud, allemaal voor de wonderdokter.

 ´Ik geef toe dat je speciale tonic erg goed werkt,´ zei James, ´zeker als je slachtoffer een goedgelovige dorpeling is.´

 Ik weet dat je nooit je normen en waarden hebt opgegeven. Je hebt ze aangepast aan je nieuwe wereldbeeld.

 James zuchtte.

 ´Je kent me te goed.´

 Voor jou waren er anderen. Die reageerden zoals jij toen ze achter de waarheid kwamen. Uiteindelijk won de angst om te sterven het van hun afkeer.

 ´Ik heb me altijd afgevraagd of iemand van onze klanten ooit met de behandeling gestopt is. Ik weet hoe het voelt als het langzaam gaat. Hoe voelt het als het snel gaat?´

 De ziekte die ze opeet is zo’n pijnlijk alternatief dat ze graag een klein beetje pijn op rare plekken ervoor in de plaats nemen. En snel? Wees eerlijk, mijn medicijn verlengt hun leven ver voorbij hun normale verwachting. Ze waren anders binnen enkele maanden gestorven.

 ´Je bent een heilige, Poppo,´ zei James. ´Of een demon.´

 De pop draaide zijn hoofd en keek naar de menigte.

 Jouw beurt, ‘Doc’, ga de zieken genezen!

 James nam zijn tas en liep het trappetje van het toneel op. Slangentemmer Estelle hielp hem zijn tafel en flessen met verschillende kleuren vloeistoffen neerzetten. Gordon zette een groot bord op achter hem, met daarop in grote letters ‘Doc Fitzroy, verstrekker van mirakelse genezingen.’

 ´Een goede middag, lui,´ zei James en glimlachte. Hij keek naar het publiek, blij dat er nu meer dan drie dozijn volwassenen en twee handenvol kinderen waren. De vrouw die hij eerder had gezien stond achteraan. Ze leek ongeïnteresseerd, maar haar houding vertelde hem dat zij misschien wel die ene was.

 ´Praat harder!´ Seigneur Poppo op zijn rechterarm schreeuwde en haalde hem uit zijn mijmering.

 De volwassenen lachten, een paar van de kinderen waren duidelijk bang, maar deden al snel hun ouders na.

 James keek naar Seigneur Poppo die langzaam naar hem toe draaide.

 ´Mijn dank is groot, Seigneur Poppo, mijn optreden is inderdaad onder de maat.´

 ´Laten we dan maar hopen dat dat gekleurde water van je iets doet. Want ik voel er niets voor de stad uit te worden gejaagd door een woedende menigte.´

 James knikte.

 ´Ja, jawel, je hebt zeker gelijk, Seigneur Poppo.´

 Hij draaide zich weer naar de mensen.

 ´Maar laat me eerst deze goede mensen iets over ons reizende circus vertellen.´

 ´Dat verveelt ze alleen maar.´

 Seigneur Poppo keek een paar van de dichtstbijzijnde toeschouwers aan.

 ´Jij. Jij, jij ook. Heb ik gelijk?´

 Ze schudden hun hoofden, geamuseerd door de manier waarop James leek te buikspreken en duidelijk nieuwsgierig hoe het verder zou gaan.

 ´Vandaag hebben jullie bijzondere voorstellingen gezien. Wij vroegen hiervoor geen toegang, onze voorstelling is gratis.´

 ´Waardeloos dus,´ kakelde Seigneur Poppo.

 ´Dat mogen deze goede mensen zelf beoordelen, Seigneur Poppo. Laat je me mijn verhaal vertellen?´

 De pop maakte een geluid als een blazende stoomfluit.

 ´Goed. U moet begrijpen dat alle leden van mijn circus ook mijn klanten zijn. Zij drinken Doc Fitzroy’s wondertonic eens per week en dat houdt pijn en ziekte op afstand en hun gezondheid is geweldig.´

 ´Oplichter, het is gewoon gekleurd water.´

 Seigneur Poppo bewoog zijn hoofd van links naar rechts en weer terug.

 ´Geloof deze charlatan niet, mensen. Vraag bewijs!´

 James haalde een stuk papier tevoorschijn uit een van de laatjes in zijn tafel en hield die omhoog.

 ´Ik ben opgeleid door de beste medische doctors aan de Universiteit van Salzburg in Europa.´

 ´Dat is Europa,´ zei Seigneur Poppo. ´Dit is Amerika. Je papier is hier niets waard. Bewijs willen ze zien!´

 De grote jongeman die eerder met Gordon gewichten getild had, riep:

 ´Ja, laat het ons zien, bewijs!´

 Anderen namen het over en al snel eiste de hele menigte bewijs.

 James hief zijn linkerhand.

 ´Mensen, mensen. Ik doet dat graag. Maar hoe zal ik het bewijzen? Is er misschien een zieke in het publiek?´

 De stilte die volgde was oorverdovend.

 James liet zijn blik over de hoofden dwalen en eindigde bij de vrouw achteraan.

 ´U, daar achteraan. Ja, u, mevrouw.´

 De vrouw keek links en rechts, begreep toen pas dat hij haar bedoelde.

 ´Komt u alstublieft even naar voren!´

 Ze schudde haar hoofd, maar even later was ze omringd door kinderen die haar naar voren trokken.

 James bood haar zijn linkerhand toen ze bij het toneel was. Ze keek op naar hem en aarzelde maar even voor ze die aannam en het toneel opklom.

 ´Welnu, mevrouw, mag ik uw naam weten?´

 ´Marie. Marie Stoker, aangenaam, meneer.´

 Ze boog kort.

 Hij keek haar indringend aan, zag de spanning in haar schouders en rug en wist dat ze inderdaad die ene was die hij zocht.

 ´U heeft pijn, nietwaar?´

 Marie knipperde met haar ogen.

 ´Niet echt. Ik bedoel, ‘t is niets.´

 Ze keek naar de menigte en vouwde haar armen.

 James volgde haar ogen. Marie had gezwegen. Hij kende haar type mens goed, stevig, nooit klagen, dood in bed in de zeer nabije toekomst.

 ´Het is de afgelopen weken erger geworden, nietwaar?´ vroeg hij.

 Marie keek weg van de menigte en keek James aan. Hij zag de glans in haar ogen, de tranen die bijna loskwamen. Een spier in haar linkerwang trok en haar lippen trilden. Ze knikte.

 James glimlachte.

 ´Laat je zorgen varen, ik ga die pijn wegnemen.´

 Zijn woorden verminderden de spanning die hij eerder gezien had, maar hij voelde dat ze al haar concentratie nodig had om overeind te blijven. Op dat moment waren twijfels die hij eerder had uitgesproken weg. Geen geneesmiddel kon erger zijn dan de pijn die Marie Stoker nu onderging. Dat wist hij maar al te goed.

 Net op tijd, James. Ze is rijp.

 James keek naar het hoofd van Seigneur Poppo en hij wist bijna zeker dat hij een hongerige blik in de geschilderde ogen van de pop zag.

 James haalde diep adem en pakte een van de flessen met een melkachtige vloeistof uit de la van zijn tafel en plaatste die midden op het blad, goed zichtbaar voor de toeschouwers.

 ´Dit is Doc Fitzroy’s wondertonic,´ zei hij met luide stem.

 Hij zette een borrelglas naast de fles en staarde naar de menigte, zonder de mensen echt te zien.

 ´Jullie zien zodadelijk de kracht van dit goddelijke elixir. Het geheim ligt in de wijsheid van de oude alchemisten die het ontwikkelden middels diepgaand, wetenschappelijk onderzoek.´

 Hij sprak de laatste drie woorden langzaam en overduidelijk uit.

 Hij pakte de fles, trok de kurk eruit met zijn tanden en schonk een vingerhoedje in het borrelglas. Hij zette de fles terug, pakte het glas op en draaide zich naar Marie Stoker.

 ´Mevrouw, bent u klaar voor een einde aan de pijn? En wilt u daarna getuigen van de effectiviteit van de tonic die u zo van mij krijgt?´

 Hij hield het glas hoog in de lucht, voor iedereen goed zichtbaar.

 ´Schiet nou maar op,´ zei Seigneur Poppo.

 Hij keerde zich weer naar het publiek.

 ´Vergeef mijn vriend, hij gaat teveel om met die showtypes. Alles moet drama zijn.´

 De meeste toeschouwers lachten om zijn grap.

 James begreep de hint; ze hadden het in de afgelopen eeuw honderden keren geoefend en de uitvoering was perfect.

 Hij plaatste het glas aan Marie’s lippen en wachtte tot ze haar mond opende. Dat deed ze en hij goot de melkachtige vloeistof snel naar binnen, zo ver mogelijk achter in haar keel. Nu verwachtte hij de blik van walging en mogelijk kokhalzen. James deed een stap achteruit zodat het publiek hun dorpsgenoot goed kon aanschouwen.

 Marie keek of ze net een verse citroen had gegeten, maar de verandering die bijna meteen over haar kwam was miraculeus.

 ´Dit voelt… raar…,´ zei ze met een harde, heldere stem.

 Ze lachte en alle spanning vloeide uit haar lichaam. Ze strekte haar spieren en ging een beetje rechter staan.

 ´De pijn is weg.´

 Haar ogen werden groot en ze haalde diep adem.

 ´Ik ruik de bloesems en de rivier.´

 James glimlachte en dacht aan zijn eigen reactie op die eerste vingerhoedvol tonic, zoveel jaren geleden, de pijn en spanning die zo uit zijn lichaam wegvloeiden en alleen een warm, ontspannen gevoel dat achterbleef, beter dan sex of een orgasme. Hij zag verschillende open monden in het publiek.

 Jij ziet het ook, he? klonk Seigneur Poppo’s stem in in zijn hoofd. Het was een goed bewaard geheim. We gaan geld verdienen hier.

 James gaf Marie Stoker de fles en het glas.

 ´Een ‘bedankje’, voor je assistentie. Een keer per week, niet meer. Dan kun je er een dozijn jaar me doen.´

 ´Hoe kan ik u ooit terugbetalen?´ vroeg ze.

 ´Leef een gezond en goed leven.´

 James knikte naar de trap van het toneel en Marie vertrok met haar medicijn.

 James sprak het publiek aan.

 ´Nu dan, goede mensen, heb ik het bewezen?´

 Hij hield een van de flessen met gekleurd water omhoog.

 ´Met een van deze doe je jaren, als je het met mate gebruikt. Jaren gezondheid, voor maar een dollar.´

 Stilte. Maar hij wist hoe hij dat moest aanpakken.

 ´De eerste die komt krijgt er drie voor de prijs van twee.´

 ´Ik neem ze!´ riep een breedgeschouderde man met een net geknipte, zwarte baard.

 ´Dat is dan twee dollar, waarde heer!´

 James glimlachte. Na de eerste die kocht, volgden er meestal meer. Inderdaad verkochten ze die middag veel flessen gekleurd water. Zelfs mensen die het niet nodig hadden, kochten het voor iemand die ze kenden. En tegen de tijd dat het ‘medicijn’ de beoogde zieke bereikte, was het circus allang weer vertrokken.

 

James zat aan de oever van de rivier, alleen. Een kille bries streek over het water, maar hij had zich voldoende warm aangekleed. April kon in een half uur gevaarlijk omslaan.

 Hij stak zijn pijp aan, trok de tabaksrook zijn mond in en proefde de kruidige smaak. Dit soort momenten kalmeerden zijn geest en hij was even vrij van het altijd aanwezige sarcasme van de houten pop. En het bereidde hem voor op het werk van deze nacht.

 Niet voor het eerst, niet voor het laatst, vroeg hij zich af hoe zijn leven zo geworden was, als directeur van een circus dat langs dozijnen gehuchten in het Amerikaans Middenwesten trok. Met een houten pop die zichzelf Seigneur Poppo noemde naar een of ander raar figuur uit een antiek Venetiaans toneelspel. Of was het een poppenkast? Zijn geheugen was niet meer zo goed dat hij alle details paraat had.

 Hij ontmoette Seigneur Poppo aan het begin van de vorige eeuw. De show was niet veel anders toen, maar hij was toeschouwer en heel, heel erg ziek. De doctoren die hij zojuist had bezocht, vertelden hem zich op het einde voor te bereiden. Ze schatten in dat de kwaadaardige gezwellen die in hem groeiden, hem in enkele weken zouden doden. Met die angstaanjagende gedachte in zijn hoofd liep James verdwaasd rond tot hij het circusterrein opliep. Poppo’s gastheer was een oude man, op zoek naar een opvolger. En James was op de juiste tijd op de juiste plaats.

 Ze begroeven de vorige circusdirecteur op een heuvel die uitkeek over de Middellandse Zee. Onrust waart door Europa en weldra zijn wij ook in gevaar.

 ´We kunnen naar de Amerikaanse koloniën gaan,´ stelde James voor.

 Hij probeerde te wennen aan de stem van Poppo in zijn hoofd. Hun eerste verbinding gebeurde in de uren na de dood van de vorige gastheer en James’ hoofd barstte bijna van alle beelden en informatie die hij kreeg.

 Hij trok hard aan zijn pijp in een poging zijn gedachten verder te kalmeren, maar stikte bijna toen een mannenstem achter hem zei:

 ´Ik weet wie jij bent. Jullie hebben Harmony eerder bezocht.´

 James bewoog zich niet. Hij was eerder herkend, maar het was nooit belangrijk. Natuurlijk kon het deze keer het anders zijn.

 ´Is dat zo? En wie ben jij dan?´

 ´Robert Stocks. Molly Stocks was mijn moeder.´

 Een man van ongeveer dertig ging naast James zitten. Hij droeg de eenvoudige kleding van een werkman, met zongebleekt haar van het werken op het land, zelfs zo vroeg in het jaar en zijn ogen hadden een intens blauwe kleur.

 ´Je hebt haar ogen,´ zei James.

 ´Dat is zo.´

 ´Hoe oud was je vijfentwintig jaar geleden? Vier, vijf?´

 ´Al zeven. Moeder had altijd pijn en ze kon me niet altijd goed te eten geven. Pa was altijd maar aan het werk.´

 ´Ik weet nog dat je klein was en erg licht. Je sleepte je zieke moeder helemaal naar het circus.´

 James zag voor zijn geestesoog de vrouw het circusterrein oplopen, bleek en stijf met gezwollen gewrichten en veel levervlekken op haar gezicht en handen.

 ´Ik heb nooit geweten hoe moeilijk dat voor haar was,´ zei Robert. Hij zuchtte. ´In ieder geval, ik wilde u bedanken dat u haar haar leven en gezondheid heeft teruggegeven. U heeft mij mijn moeder teruggegeven.´

 James ontspande.

 ´Graag gedaan, denk ik.´

 ´Ik heb nog wel een paar vragen,´ zei Robert. ´Toen ik het circus vandaag zag was het exact hetzelfde als vijfentwintig jaar geleden. En geen van jullie is een dag ouder geworden.´

 Een kille bries van de rivier stak op en James huiverde.

 Poppo? dacht hij en hij hoopte maar dat de pop zijn gedachten zou horen.

 Hij glimlachte naar de jongeman.

 ´Je was nog jong, hoe zeker ben je daarvan?´

 ´Vijftig jaar geleden was er een krant. Gewoon een weekblaadje met daarin het lokale nieuws. De redacteur was artistiek behept en maakte levensechte tekeningen. Onze bibliotheek had nog een exemplaar. Het circus was hier toen en u ook,´ zei Robert terloops. ´Ik heb het opgezocht voor ik hierheen kwam. Meneer Johnson, de bibliothecaris, was het met me eens dat hier iets aan de hand is.´

 ´We zijn dus goed geconserveerd,´ zei James met lichte en vriendelijke stem.

 Hou hem aan de praat, ik ben er bijna.

 Poppo’s stem in zijn hoofd kalmeerde hem direct.

 ´Ik ben gewoon nieuwsgierig,´ zei Robert. ´Je genas mijn moeder. Die tonic kan meer levens redden, niet alleen bezoekers van het circus. Of je kunt levens verlengen. Rijkelui zouden er een fortuin voor over hebben. Waarom verkopen jullie het niet aan de oostkust, de grote steden zijn perfect voor zo’n product.´

 ´We reizen inderdaad veel en waar we komen verkopen we ons medicijn. Maar we hoeven niet zo nodig rijk te worden.´

 Of bekend of berucht, voegde hij erin zijn hoofd aan toe.

 ´Vertel me eens iets over Molly. Ze leek me een aardige vrouw.´

 ´Dat was ze inderdaad. Tot het eind. Ze sliep vredig in, bijna dertien jaar geleden.´

 James zag dat zijn ogen glinsterden als hij over haar sprak. Maar hij leek ook vastberaden meer over het circus te weten te komen.

 ´Dus wat is hier nu eigenlijk aan de hand? Elke vijfentwintig jaar bezoekt u Harmony, u geneest iemand en komt terug wanneer iedereen u is vergeten? En hetzelfde waarschijnlijk met dorpen in de buurt. Waarom is dat?´

 James zuchtte. Nieuwsgierigheid was gevaarlijk genoeg, maar deze jongeman leek geen fysieke bedreiging te zijn.

 Hij trok aan zijn pijp en vroeg de mening van Poppo.

 Wat nu? Hij weet genoeg over ons om vragen te gaan stellen.

 Er is geen toeval.

 Seigneur Poppo’s stem leek nu heel dichtbij.

 We kunnen hem uitnodigen voor een ontluiking. Dat zal zijn nieuwsgierigheid bevredigen. En andere noden ledigen.

 Die laatste woorden droegen een diepe honger in zich waardoor James’ adem stokte.

 Ik geloof niet dat ik dat nog eens wil zien. Ik was het bijna vergeten.

 ´Gaat het wel, meneer? U lijkt ineens erg bleek.´

 Robert keek de oude circusdirecteur aan alsof hij zijn gezicht probeerde te lezen.

 Je weet wat je moet doen. Breng hem erheen!

 Seigneur Poppo was onweerstaanbaar.

 ´Robert, zou ik het graf van je moeder mogen zien?´ vroeg James.

 Robert knipperde even.

 ´Eh, ja, ik denk dat dat wel kan.´

 James stond op, rekte zich uit en zag Seigneur Poppo aan zijn voeten liggen. Hij pakte de pop op en plaatste zijn geruststellende gewicht op zijn rechterarm.

 Ze liepen door Harmony terwijl het begon te schemeren. Achter verschillende ramen brandden kaarsen en het dorp zag er vriendelijk en uitnodigend uit. Een volle maan rees boven de horizon en voegde zijn schijnsel toe aan de sfeer.

 Aan de zuidkant van het dorp liep het pad de heuvels in tot ze bij de rode bakstenen muur kwamen die rond de Harmonist Cemetery was gebouwd.

 ´Is ze hier begraven?´ vroeg James.

 Robert schudde zijn hoofd.

 ´Nee, na de gebeurtenissen in de oude Harmonist Church begroeven ze de slachtoffers hier en vervolgens bouwden ze de muur van de stenen van de kerk.´

 ´Hebben ze ooit uitgevonden wat die kinderen gedood heeft?´ vroeg James.

 Robert haalde zijn schouders op.

 ´Ik heb altijd gedacht dat een of andere hongerige beer binnen is geraakt. Ik ben blij dat ik daar niet bij was.´

 James liep naar de ingang en snoof de frisse lucht. Een eindje verderop was een tweede begraafplaats met een bordje ervoor waarop ‘Maple Hill’ stond.

 ´Wist je dat ik soms dit soort oude begraafplaatsen bezoek?´

 ´Waarom is dat?´ vroeg Robert. Hij keek lichtelijk nerveus om zich heen.

 ´De oude macht. De indianen begroeven hier hun doden, lang geleden. Zij kenden de machten van het land,´ legde James uit.

 Stop je lessen, het is bijna tijd!

 ´Maar misschien moeten we even doorlopen. Het circus vertrekt immers al vroeg in de morgen.´

 Robert wees de weg op de Maple Hill begraafplaats en na een paar honderd meter stopten ze bij een grote, granieten steen met daarop de naam ‘Molly Stocks’. De lettertekens toonden al sporen van verweer.

 James zette Seigneur Poppo op de grafsteen zodat hij bijna op schouderhoogte zat.

 Hij is er bijna. Vertel je verhaaltje, maar doe het snel.

 James haalde diep adem. In het maanlicht leek de jongeman bleek, ongezond. Hij leek een diepe eerbied voor de overledenen te hebben, zijn moeder, maar ook alle anderen die hier rustten.

 ´Je vroeg je af waarom we niet meer mensen genazen en daar ook nog eens rijk van werden. Daar hebben we goede redenen voor,´ zei hij.

 Robert knikte.

 ´Ik wilde niet in jullie zaken neuzen.´

 Hij veegde zijn ogen droog met zijn rechterhand.

 ´Ik mis haar nog steeds. Zelfs na al die jaren.´

 ´En ik ben blij dat we haar nog een dozijn jaren hebben kunnen geven. Nu we hier toch alleen zijn, zal ik je vertellen waarom we nog steeds een reizend circus zijn,´ zei James. ´Je moet weten dat de tonic echt werkt, maar het is niet echt een geneesmiddel, voor wat dan ook.´

 Robert keek hem aan, bezorgd.

 ´Maar het werkte. Ze voelde zich geweldig.´

 ´Ja, dat doet de tonic voor je. En het werkt alleen als je echt ziek bent, bij voorkeur bijna dood. Het valt de kwaadaardige gezwellen aan die sommige mensen kwellen, en eigenlijk voedt het zich ermee, eet ze van binnenuit op.´

 ´Dat klinkt raar, maar wel effectief,´ zei Robert. ´Het hielp Molly echt.´

 ´Zeker in het begin. Maar uiteindelijk is de tonic niet genoeg om de kwaadaardige gezwellen tegen te houden.´

 Robert knikte.

 ´Dat vertelde de doctor ons ook toen hij na haar dood haar lichaam onderzocht. Haar buik en borst zaten vol harde knobbels.´

 ´Geloof je dat er meer is tussen Hemel en Aarde dan we kunnen begrijpen?´ vroeg James.

 ´Ik geloof natuurlijk in God. Ik hoop dat het me gegeven is naar de Hemel te gaan.´

 ´Daar twijfel ik niet aan,´ zei James.

 En ik ga naar de Hel.

 ´Maar ik bedoelde eigenlijk gebeurtenissen hier op Aarde.´

 ´Oudewijvenpraat, bedoelt u?´ vroeg Robert. ´Zoals de Draak van Jackson of zoiets?´

 Ik voel hem. Hij komt eraan. Oh, hij is sterk…

 James voelde een kille huivering over zijn rug. Hij slikte bij Poppo’s woorden. De pop had die één keer eerder gebruikt en zijn nakomeling had hen toen beiden bijna gedood.

 ´Als ik je nu eens vertelde dat onder onze voeten het lichaam van je moeder is getransformeerd tot een magisch wezen?´

 Robert keek hem aan met grote ogen en begon toen te lachen.

 ´Ik denk dat ik je dan gestoord zou noemen.´

 ´En daar zou je alle recht toe hebben.´ James knikte. ´Zodra volgroeid, probeert dit wezen te ontsnappen uit zijn gevangenis en naar buiten te kruipen. Luister…´

 Onder hun voeten klonk een zacht schrapend geluid.

 ´Wel verdraaid,´ zei Robert. ´Is er daar beneden iets?´

 Hij stapte achteruit en keek als in een trance hoe de dicht opeengepakte aarde van het graf openbrak. Een slijmerige, houten hand schoot omhoog en een tweede hand schoof aarde opzij tot ook houten armen zichtbaar werden, gevolgd door een houten hoofd dat bijna identiek was aan een vers beschilderde Seigneur Poppo onder een laag wit slijm.

 ´Daar is je magische wezen,´ zei James. ´Soms kruipen ze eruit als we er niet zijn en dan vindt iemand ze, denkt dat het speelgoed is en geeft het aan een of ander klein kind. Zodra ze dan weer wat sterker zijn, eten ze, want ze moeten eten. En ze eten tot ze verzadigd zijn of gestopt worden. Ik denk dat de kinderen van die kerk, vijfentwintig jaar geleden, op de verkeerde plaats waren, op het verkeerde tijdstip.

 Robert schudde zijn hoofd en keek naar James.

 ´Waarom vertel je me dit?´

 Een stem achter Robert antwoordde:

 ´Omdat dit het juiste tijdstip is. En we willen het aantal slachtoffers beperken en mijn nakomeling in leven houden. Veel slachtoffers trekt ongewenste aandacht.´

 Robert keek om; hij zag niemand behalve de pop op de grafsteen. Hij staarde naar de duisternis.

 ´Is dit een of andere zieke grap? Wie is daar?´

 Toen zag hij de rijen scherpe tanden in de grijnzende mond van de pop en de lichtjes die uit de geschilderde ogen schenen.

 James rende de Maple Hill begraafplaats af met zijn handen op zijn oren, om maar niet de gruwelijke geluiden te hoeven horen van nat vlees dat van levende, menselijke botten werd gescheurd of de schreeuwen van doodsangst die een menselijke keel nooit zou moeten voortbrengen.

 Net buiten de ingang leegde hij zijn maag. Hij vervloekte de dag dat hij Seigneur Poppo ontmoette en zijn aanbod van eeuwig leven.

 

Opmerkingen


bottom of page