top of page
logo Lowlands Fiction

THE RESET - RIK DE LAVALETTA

  • 28 mei
  • 3 minuten om te lezen

 

Hij schrok wakker en keek meteen op de klok. 18:16. ´Mierda.´ Veel te lang geslapen. Hij bleef nog even liggen terwijl buiten stemmen over het plein echoden. Een scooter reed voorbij. Iemand lachte luid beneden op straat. Warme lucht kwam door het open raam naar binnen. Vanavond het feest van Javier. Hij was het bijna vergeten.

 Hij kwam overeind, trok een T-shirt aan en liep naar het keukenraam. Verderop staken de torens van de Sagrada Familia boven de gebouwen uit, goud in de avondzon. Beneden zaten mensen nog steeds aan kleine tafeltjes onder de bomen.

 Op het aanrecht stond een half brood naast een zak olijven.

 Hij herinnerde zich weer dat Mateo hem die middag had uitgelachen toen hij na de koffie alweer gapend opstond.

 ´¡Hola, amigo! ¿Cómo estás?´

 ´Cansado,´ had hij gezegd.

 Moe. Zoals altijd na de lunch.

 In de badkamer gooide hij water in zijn gezicht, trok een schoon overhemd aan en vertrok haastig naar het feest.

 De avond vloog voorbij. Wijn. Sigaretten. Familieleden die door elkaar praatten. Een oude oom die steeds hetzelfde verhaal vertelde. Om twee uur ’s nachts liep hij door warme straten terug naar huis terwijl ergens verderop muziek speelde vanuit een open raam.

 De volgende ochtend werkte hij in de bakkerij van zijn broer. Daarna lunch. Daarna siësta. Daarna koffie op het plein. Dagen gleden voorbij zonder dat er iets bijzonders gebeurde.

 

Hij schrok wakker. Tl-licht. Een droge mond. Een stijve nek. Hij zat achter een bureau. Hij keek automatisch naar buiten. Sneeuw. Grijze gebouwen. Geen plein. Geen zon. Zijn hart sloeg één keer hard tegen zijn ribben.

 Toen kwam de irritatie onmiddellijk terug.

 De kwartaalcijfers.

 Kut.

 Hij draaide zich naar het computerscherm. Spreadsheet open. Mailbox vol. Rechts van hem stond koude koffie.

 Warschau.

 Natuurlijk.

 Hij wreef in zijn gezicht en keek op de klok. 21:43.

 Hij liep alweer achter.

 Zijn baas zou hem vermoorden.

 Hij begon meteen verder te werken, alsof hij nooit iets anders had gedaan. Cijfers controleren. Facturen vergelijken. Tabellen aanpassen. Zijn schouders deden pijn van de spanning.

 Rond middernacht viel zijn internet kort weg.

 Hij vloekte hard in het Pools.

 Toen hij opstond om koffie te halen, bleef hij plots stil staan.

 Er klopte iets niet.

 Heel even rook hij warme stenen. Olijfolie. Zomerlucht. Een plein vol stemmen.

 Hij kneep zijn ogen dicht.

 Verdween weer.

 Hij haalde zijn schouders op en liep naar de keuken.

 De dagen daarna werden erger. Hij sliep slecht. Droomde chaotisch. Soms werd hij wakker met het gevoel dat hij iets vergeten was, al wist hij niet wat.

 Op kantoor staarde hij steeds vaker uit het raam naar de sneeuw.

 Op een avond hoorde hij iemand lachen in een café achter hem.

 En plots wist hij exact hoe laat de zon tussen de gebouwen viel op een plein dat hij nooit had bezocht.

 Hij verstijfde.

 Barcelona.

 Het woord kwam zomaar omhoog.

 Niet als een droom.

 Meer als een herinnering die per ongeluk op de verkeerde plek terecht was gekomen.

 Die nacht bleef hij wakker.

 De nacht daarna ook.

 Want langzaam begon hij iets te begrijpen waar hij geen woorden voor had.

 Wanneer hij sliep, veranderde alles.

 Niet een beetje.

 Volledig.

 Niet alsof hij ergens anders wakker werd.

 Alsof hij iemand anders werd.

 Een ander leven dat al jaren bezig was voor hij zijn ogen opende.

 Andere gewoontes.

 Andere taal.

 Andere zorgen.

 En toch bleef er soms iets hangen.

 Een geur.

 Een beeld.

 Een straat.

 Na drie dagen zonder slaap viel hij uiteindelijk uitgeput op de bank in slaap.

 

Hij schrok wakker van hitte op zijn benen. Zon. Water. Hij kneep zijn ogen samen. Blauw zwembad. Palmbomen. Een cocktailglas naast zijn stoel met een roze parasolletje erin. Verderop klonk zachte jazzmuziek.

 Hij ademde diep in.

 Hij liet zijn hoofd weer achterover zakken terwijl nieuwe herinneringen zich vanzelf op hun plaats zetten. Vastgoed. Aandelen. Twee scheidingen. Golf op dinsdag. Een dochter die hij te weinig belde. Hij was achtenzestig en rijk genoeg om nergens meer haast voor te hebben.

 Iemand riep vanuit het huis:

 ´Dad?´

 Hij antwoordde automatisch:

 ´Out here!´

 Hij pakte het glas naast zich en nam een slok.

 Toen verstijfde hij plotseling.

 Heel even zag hij sneeuw tegen een kantoorraam.

 Daarachter hoorde hij iemand lachen op een warm plein.

 Toen was het weer weg.

 

Opmerkingen


bottom of page