HET LIEFSTE BEDROG - MARIUS VAHLKAMP
- 13 mei
- 11 minuten om te lezen

Dit verhaal vind je terug in ‘Geluk, dé handleiding’, een episodische roman over rouw, schuld, lust en bipolariteit. Het bevat autofictie, maar ook sciencefiction, fantasy, horror en magisch realisme. Dit debuut van Marius Vahlkamp is nu uit bij Poespa Producties en kan besteld worden in de boekhandel én rechtstreeks bij de uitgever (mail de uitgever op info@poespaproducties.be). Meer informatie over ‘Geluk’ vind je https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-Geluk-de-handleiding.html
Op een snikhete dag krijg ik een mailtje uit Italië waarvan ik het nog warmer krijg. Ik open regelmatig mijn spamfolder, precies voor dit soort gevallen.
´´Hi, I'm your daughter´´ staat er.
Ik ben op slag geïnteresseerd. Tot vijfmaal toe herlees ik de tekst; ik slorp de zinnen op. En dan ken ik het mailtje uit mijn hoofd. I love her broken English. Gaat het wel om een vrouw? Er is maar één manier om het te ontdekken.
´Do you want to come over?´ schrijf ik hem/haar terug.
Ik vertel haar – laat het ons daar maar bij houden, dat leest en schrijft gemakkelijker – iets over mijn leven. En over haar moeder, dan weet ze wat ze me de volgende keer moet vertellen .
Nog diezelfde avond krijg ik antwoord.
´´I need money to meet you.´´
Het staat niet helemaal vooraan in het bericht natuurlijk, maar netjes in het midden. Daarrond staan nog wat dingetjes over haarzelf. Ze houdt die vanzelfsprekend bewust vaag. De eerste keer heb ik niet op de naam gelet, ik was te opgewonden over het mailtje.
´´Benedetta´´ staat er, zie ik.
God ja, evengoed besteed ik mijn geld aan zo’n dommigheid, in plaats van in de wijk. Misschien komt er wel iemand op bezoek. Leven op fokking hoop.
Het bedrag storten gebeurt langs een exotische weg. Het is niet gewoon: hop, maak maar over op dit rekeningnummer. Ze zou wel gek zijn.
Ik stuur na wat geaarzel een mailtje, met een vraag om praktische hulp. Ik hou het bij een korte tekst, want ik wil haar niet afschrikken. Het enige wat ik vraag is een foto, waar die ook vandaan gehaald wordt. Ik moet íets hebben.
Het is allemaal heel redelijk, zo lees ik. Er wordt geen groot bedrag gevraagd. (Eigenlijk wel, maar dat is niet belangrijk. Familie is wat telt.) Genoeg geld om af te spreken in België: vliegtickets en een hotel. Ze wil me rustig leren kennen; ze gaat niet zomaar meteen bij haar vader logeren. Dat is te veel ineens, voor haar en voor mij, na achtentwintig jaar. Er stond in haar eerste mailtje dat ze negentien jaar was, maar achtentwintig vond ik beter. Ik zie in haar antwoord dat ze die leeftijd overneemt. Mooi, dat past goed bij mijn leven toen en nu.
Er zit geen foto bij haar voorlopig laatste bericht. Het is misschien beter zo.
Benedetta. Benedetta! Wat een melodieuze naam. Benedetta uit Italië, mijn dochter. Achtentwintig lentes dus. Wat is de tijd voorbij gevlogen. Dat moet wel een schoon kind zijn. Een schone vrouw.
Voor mij hoeft ze niet lang te wachten om over te komen, ik heb toch vakantie.
Ik sta op de luchthaven in Zaventem en ze is er niet.
Benedetta toch.
Maar het geeft niet. In een bar, hangend over een koffie, overleg ik met mezelf. Met wie anders? Ik moet het weer eens alleen oplossen. Maar oefening baart fokking kunst.
Ik mail haar terug, zo lief als ik maar bedenken kan. Ook niet onmiddellijk. Ik schrijf de mail nu, en stel hem zo in dat hij pas morgenmiddag verstuurd wordt. Nog nooit ben ik voorzichtiger te werk gegaan. Het gaat tenslotte om mijn dochter, ik mag me niet roekeloos gedragen.
Had je problemen met de vlucht? Kreeg je extra werk toegeschoven? Waren jij of je moeder ziek? Ik bied haar in mijn mailtje enkele uitwegen. Ook probeer ik subtiel te laten uitschijnen dat er nog geld is, veel geld. Ik kan altijd bij de bank langsgaan, toch? Mijn huis is bijna afbetaald. Die fokkers doen niet liever dan je een nieuwe lening aansmeren, het maakt niet eens uit waarvoor.
Ik zie mezelf al binnengaan en aan de balie zeggen: ´Ik kom langs voor mijn dochter.´
Zo doen familiemensen dat. Ik krijg er meteen een warm gevoel bij.
Drie weken later stapt er daadwerkelijk een vrouw uit het vliegtuig. Ik heb er geen idee van wie ze is. Benedetta, ja. Nu is het te laat om terug te krabbelen.
Als ze op me toestapt, neem ik haar in me op. Haar leeftijd klopt ongeveer. Wat een elegante verschijning. Plots weet ik met mijn vreugde geen blijf. Ik kan me niet herinneren wanneer ik me voor het laatst zo euforisch gevoeld heb.
Het kartonnen bord met haar naam in vrolijke letters erop leg ik snel op de grond. Ik neem het straks mee naar huis, samen met mijn dochter. Moet ik haar de hand schudden of omhelzen? Ze lost het zelf op door haar hand uit te steken.
We nemen de trein naar (...).
´Sorry, I don't drive,´ zeg ik, en dan begin ik vlug over wat ik allemaal wel kan en heb, want ze is hier amper, en ik wil niet dat ze nu al denkt dat er niets te rapen valt. Dat ik geen goede vader ben. Ik kan altijd nog met de auto leren rijden. Hoe moeilijk kan het zijn? Voor je kinderen doe je dat.
In de hotellobby vertel ik haar:
´I booked you an upgrade.´
Ze straalt. Veel heeft ze nog niet gezegd, maar dat is normaal. Ik moet haar eerst volproppen met informatie. De hele treinrit lang heb ik honderduit gepraat. Nu moet ze kunnen rusten, vind ik.
´Do you want to meet this evening or tomorrow?´
Ze denkt even na.
´Tomorrow.´
Zo kan mijn slimme dochter vanavond rustig nadenken over hoe ze de volgende dag wil aanpakken.
´See you tomorrow.´
Ik druk haar discreet wat geld in de hand.
´For dinner,´ fluister ik.
Ik kan niet slapen. Om drie uur ben ik opgestaan. Ik blader door oude fotoboeken, herinneringen aan de vele Eurotrips, en haal er afbeeldingen van Emilia uit. Benedetta’s moeder en ik gingen uit elkaar. Ze wist toen nog niet dat ze zwanger was, nadien heeft ze me niet ingelicht. Ik ging terug naar België, zij was nog daar en...
Genoeg over vroeger, over het plausibele verleden. Benedetta is hier, en dat is wat telt.
Nu ik voldoende foto's heb, wil ik gaan slapen. Ik moet morgen energie hebben om mijn dochter de stad te tonen. Het wordt ook een beetje haar stad. Ze moet het hier leren kennen, ze moet zich thuis voelen.
Dat ze het achtentwintig jaar zonder haar vader heeft moeten stellen, is erg. Opgroeien in een eenoudergezin is niet eenvoudig. Emilia en ik hadden nooit uit elkaar mogen gaan. We waren jong en dwaas. Nu heb ik mijn meisje niet zien opgroeien. Ik heb er ook geen werk mee gehad, natuurlijk. Tja.
Ik draai me om in bed en val eindelijk in slaap.
Benedetta staat voor het hotel te wachten. Ze rookt. Ik ben iets te vroeg, echt stom van me. Anders ben ik overal te laat, van afspraakjes over sollicitatiegesprekken tot begrafenissen.
Ze schrikt als ze me ziet. Haar hand gaat naar beneden, haar sigaret verdwijnt uit het gezicht.
´I smoke too!´ zeg ik snel en lach zo breed mogelijk.
Ik voel de paniek in me opkomen. Hoe kan ik haar geruststellen?
´Can I have one too?´ vraag ik. ´I forgot mine at home.´
Thuis? Ik lieg minder geloofwaardig dan zij.
Maar ze vindt het niet erg. Ze zet haar zonnebril af – een blitse pilotenbril, een spiegelgeval waarin ik mijn zenuwachtige zelf zie – en schenkt mij een stralende glimlach.
´Yes, you smoke too.´
Het is iets tussen een vaststelling en een bevel.
Ik lurk gretig aan de sigaret en begin te hoesten. Ik moet verdomme kalmeren.
Ze klopt me zachtjes op de rug. Mijn dochter is zorgzaam.
´Astma,´ zeg ik.
´Let's eat,´ beslist ze.
Ik ben haar dankbaar voor zoveel doorzicht.
Ze mag van mij de hele kaart bestellen. Benedetta legt het er evenwel niet te dik op en neemt een van de menu's uit de middelste prijsklasse. We zitten op een topplek langs het water; je betaalt meer voor de locatie dan voor het eten.
Ik haal de foto's tevoorschijn en geef er wat uitleg bij. Ze nipt van haar rode wijn en luistert aandachtig.
Mijn dochter... Ze is zo mooi. Lichtkrullend bruin haar, een zuiderse teint, een verzorgd voorkomen. Alles kan: van Bulgarije tot Portugal en terug. Wie weet komt ze wel uit Italië. Het maakt niet uit. Ik moet eraan denken haar niet te vragen om Italiaans te spreken. Ook aan tafel houdt ze het netjes bij gebroken Engels.
´Did you have a good time last night?´ waag ik het erop.
´Yes,´ zegt ze, ´I went for a short walk. But I was tired and I went to bed.´
´You look well-rested.´
Dat laatste woord kent ze echter niet.
Het hoofdgerecht, een lokale specialiteit, wordt geserveerd. Het is klassieke toeristenkost, het soort gerecht dat ik thuis nooit eet. Ik merk tot mijn tevredenheid dat de maaltijd haar smaakt. Al voor haar komst heb ik besloten om alles wat ze zegt te geloven, want anders is er niets aan ons samenzijn. Ze kijkt alsof ze het eten lekker vindt – wel, dan is het lekker.
´Do you want to explore the city?´
Vorige week heb ik een heel traject voorbereid. Er zitten ongetwijfeld te veel kerken in. Die zijn mijn dada. Ik besluit hier en nu om de helft van de route te schrappen. Het zijn maar stapels oude stenen. Het gaat om mijn dochter, niet om alles wat ik weet en waarmee ik wil uitpakken.
´I want to go shopping too, okay?´
´Of course,´ zeg ik onmiddellijk, ´lots of shopping.´
Ze draagt een lichtblauw zomerkleedje met daarop een smalle witte riem. Eigenlijk is ze wat te licht gekleed voor het weer, maar ze zet dapper door als we in de stad rondkuieren. Ik probeer de tijd niet vol te lullen, mijn dochter heeft recht op rust.
´Let's have drinks,´ stelt ze voor.
Oef, ze voelt zich al wat meer op haar gemak bij me. Ik hou het bij een Cola Zero, ik wil straks geen kemels schieten. Benedetta bestelt iets alcoholisch dat ik niet ken. Mijn dochter is een vrouw van de wereld.
Na het bekijken van de foto's heb ik het niet meer over Benedetta’s moeder. Ze weet nu wat ze moet weten, ik ga geen verdere vragen stellen. Emilia moet zowat vijftig zijn. Ik heb vanzelfsprekend veel aan haar gedacht de laatste tijd. Ze heeft ook echt een dochter, maar ik zag alleen peuterfoto's, jaren geleden. Haar dochter is veel jonger dan mijn dochter. Dan onze dochter.
Ik krijg lichte hoofdpijn.
´Tell me about your dreams.´
Ik strijk het tafelkleed glad. Haar bril schittert in de sfeerverlichting van het café. Er speelt iets tussen jazz en easy listening op de achtergrond.
´I want to travel,´ zegt ze.
Ja, dat is goed.
´Maybe study something too. Education is very expensive.´
Onderwijs is inderdaad belangrijk. Gelukkig is het nooit te laat om iets nieuws te leren.
Dan gaan we kleren shoppen, en een souvenirtje, als excuus. Maar vooral kleren, natuurlijk, en schoenen. Benedetta toont me alles wat ze uitprobeert. Ze draait zich een kwartslag in de ene richting, en daarna in de andere richting. Ze draait zich niet helemaal om, want ze is mijn dochter. Dat zou raar zijn.
We doen vrij veel winkels, zeven of zo. Ik ben doodmoe en ga steeds langer zitten.
´Are you tired?´
Ik twijfel over het beste antwoord.
´A little bit,´ zeg ik ten slotte.
Ik verafschuw het doorgaans, kleren kopen.
´Yes, we stop now,´ zegt ze, en glimlacht.
Ik mag enkele pakjes dragen op weg naar het hotel, zoals vaders dat doen. Over twee dagen vertrekt ze al. Jammer. Gelukkig kreeg ik haar mailtje in de zomer. Stel je voor dat ik tijdens haar bezoek moest werken. Anderzijds verlang ik naar één september, om mijn collega's te vertellen over mijn gezin. Mijn dochter. Ja, een dochter is een gezin, he?
Op de laatste dag snijd ik voorzichtig het onderwerp aan:
´Can we meet again? Soon?´
Ik zie haar denken. Ze moet er ongetwijfeld de voorbije dagen zelf over nagedacht hebben. Ze peilt me met haar donkere kijkers. Dan glijdt haar blik over mijn kleren, mijn armband, mijn horloge. Gisterochtend, toen Benedetta nog in het hotel was, ging ik een nieuwe trui en broek kopen. Ik draag vandaag ook het horloge en de armband van mijn grootvader. Die zijn ouderwets, maar ze zien er duur uit. Het horloge zit ongemakkelijk om mijn pols.
´Okay,´ besluit ze.
En dan zegt ze voor het eerst mijn naam. Mijn voornaam, ja, dat gaat nog net voor me. Kan je iemand met ´´papa´´ aanspreken, kan je iemand met ´´lieve dochter´´ aanspreken, als je elkaar een heel leven gemist hebt? Zeggen mensen wel “lieve dochter”?
´I call you in a few weeks.´
En dan weet ik dat er een telefoonnummer zal zijn, dat ik haar misschien kan terugbellen, en dat maakt me zo blij. Ze heeft een mooie stem, mijn dochter. Volgens mij zingt ze goed. Ja, ze is vast heel getalenteerd.
Op de luchthaven krijg ik een krop in de keel.
´See you soon,´ zegt ze.
Ik geef haar een enveloppe.
´Open it on the plane. It's a surprise.´
Ze geeft me een knuffel. Mijn Benedetta ruikt zo lekker. Ze draagt een fris parfum, eentje voor jonge vrouwen.
´Thank you,´ zegt ze.
´Bye,´ krijg ik nog net uit mijn keel.
Eenentwintig augustus. Na de eerste vergadering zit ik in het kantoor van de directrice. Ik heb het gesprek goed voorbereid, dagenlang, maar ik weet dat ik geen eenvoudige dingen vraag. Vooruit dan maar.
´Ik wil weer voltijds werken,´ steek ik van wal.
Mijn directrice hapt naar adem.
´Toch nu niet? Je hebt een verlofstelsel aangevraagd in mei. De lesopdrachten zijn intussen verdeeld. Denk aan je collega's.´
´Sorry.´
Ik kijk naar mijn handen en zucht. Dan vertel ik de directrice over Benedetta. Ik zie de verbazing op haar gezicht. Het is haar eerste reactie, ik begrijp het wel. Ze heeft mijn dochter nog niet gezien. Ze kan niet weten dat wij heel goed op elkaar lijken, dat we dezelfde trekken hebben, dat we interesses delen. Lekker eten, samen shoppen. Ik had een foto van Benedetta moeten meebrengen.
De directrice zegt niets, ze lijkt te wachten.
´Ik heb het geld nodig,´ geef ik toe. ´Ik heb nu een gezin.´
´Dat is mooi,´ zegt ze, terwijl ze haar papieren herschikt. ´Ik ben blij voor je, maar dit kunnen we niet meer regelen. In december lukt het misschien, voor het tweede semester.´
Goed dan. Ik moet een paar maanden zuinig leven, voor Benedetta. In de herfstvakantie komt ze opnieuw langs. Het is te zeggen, we maken een reisje naar Bordeaux. Hopelijk valt het weer mee. Benedetta wilde naar het Zuiden gaan, voor de zon, eilandtoestanden, maar daar heb ik te weinig geld voor. Zo heb ik het haar uiteraard niet verteld.
Ik zei: ´Next time.´
En ook: ´Christmas shopping in the sun.´
Twee vliegen in een klap, dan moet ik die vervelende dagen niet met mijn familie vieren. Met mijn eindejaarspremie kan ik zo'n reis net betalen.
Goh, altijd dat geld, daarover nadenken steekt mij tegen. Die zorgen. Als het niet lukt met die lesopdracht, ga ik echt naar de bank voor een lening.
´Ja,´ vertel ik de directrice, ´een volledige lesopdracht vanaf januari is prima. Dank je voor je begrip. Het wordt zeker een mooi schooljaar.´
Ik wil opstaan, maar ze beduidt me om nog even te blijven zitten.
´Welke bijkomende vakken en uren wil je in het tweede semester geven?´
Daar heb ik in alle opwinding niet bij stilgestaan. Liefst geen les aan de kleine fokkers, daar word ik zenuwachtig van, en ook niet... Ach.
´Maakt niet uit. Ik ben flexibel.´
´Dat is mooi,´ zegt ze opnieuw.
Bordeaux diep in de herfst is een onverwachte meevaller: geen wind, weinig regen. Het lijkt wel eind september. Soms zit het eens mee op reis. En kerstshoppen doen we uiteindelijk in Londen, in plaats van in de veel te dure tropen. Zij tevreden, ik tevreden. Aan het einde van het jaar ben ik meer dan platzak, maar het doet mijn vaderhart deugd om mijn dochter gelukkig te zien.
´Maybe you visit me at home,´ suggereert ze.
Wat een doorbraak! Ik kijk nu al uit naar onze tijd in Italië. Of Roemenië, of... Waar Benedetta is, daar ga ik ook heen. Ik heb haar lang genoeg moeten missen.
Haar kerstkaartje staat op mijn schouw.
´Best dad in the world´ staat erop. En ook ´Merry Xmas. Thanks for the presents.´
Meer niet, dat hoeft ook niet. Wij verstaan elkaar met twee woorden. Vanaf nu noemt ze me ´Dad´. Wij zijn daar klaar voor. Het wordt een pracht van een nieuw jaar.




Opmerkingen