top of page
logo Lowlands Fiction

KARMA SUTRA / OGENBLIK – REMI LOOTENS

  • 20 mei
  • 5 minuten om te lezen


Het is onbetaald werk. Van ambtswege, dat wel. Ik hoef geen geld, ik bewijs mijn land een dienst. Patriottisme, kent de jeugd dat nog? Burgers zoals ik nemen tenminste hun verantwoordelijkheid.

 Als zo’n kut binnengebracht wordt, kijk ik eerst hoe ze eraan toe is. Of er nog wil te bespeuren valt. Dat is het eerste dat eruit moet. Zonder wil is er niet veel aan. Dan ga ik ook wel aan de slag, maar het voelt mechanisch. Begrijp me niet verkeerd, ik ben nog van de oude stempel: ik hoef geen gereedschap. De ware ambachtsman werkt enkel met zijn handen. En zijn voeten. En zijn pik. Mijn lichaam kan zich als een mechanisme gedragen. Waar mogelijk vermijd ik echter bandwerk. Ik bouw liever een persoonlijke relatie op met wie gecorrigeerd moet worden. Zo krijg je de beste resultaten, geloof me.

 Zo heet de dienst, trouwens: Correctional facility. Het staat in grote letters in reliëf boven de toegangspoort aan de Liberty Avenue. Om de paar maanden strijk ik de letters met vers bloed in. Het mag druipen, heeft de directeur me verteld. De muur wordt nooit gereinigd. De reiniging gebeurt binnen, waar het telt.

 Ik moet wel aan de slag meteen, de volgende kut wordt gauw binnengebracht. Hou het stil, ik word niet graag gestoord. De dynamiek tussen gastheer en gast is heilig.

 

Als de wachters met de draagbaar de deur open stoten, komt het vertrouwde gevoel op. Mijn soldaat daar beneden geeft saluut, junior waant zich al een generaal. Mijn collega’s knikken me toe en zetten stilwijgend de baar op de stoffige vloer. Ik wuif hen weg.

 Je moet altijd krachtig openen. Ik trap uit alle macht een van de voorste handvatten van de baar weg; de ijzeren tip van mijn schoen maakt een dof geluid. De baar beschrijft een kwartcirkel, de kut erop begint te snikken. Ze is dom of naïef – ze kijkt me namelijk aan. Moet je niet doen, zo maak je het alleen erger. Mij maakt het niet uit, ik denk aan haar welzijn. Dat hoort zo van staatswege. Geen buitenissig geweld gebruiken, tenzij de gasten hiertoe aanleiding geven tijdens haar verblijf. Ze behoren mijn behandeling levend te doorstaan. De staat heeft elke burger nodig.

 Straks komt er weer eentje binnen; het tempo ligt hoog. Niet aarzelen dus. Ik trap mijn gast met volle kracht in de maag. Ze schreeuwt het uit, maar geluid doet me niet zoveel meer. Hoe langer je dit werk doet, hoe dover je wordt. Jammer ergens. Ze is naakt, natuurlijk. Ik bestudeer de afdruk van mijn zool op haar huid. Mijn schoenen beginnen te slijten, ik draai dan ook overuren in de Facility. Na veertig correcties krijg ik een nieuw uniform. Nog twaalf beurten te gaan. Alles is helder opgelijst in de Facility, twijfel is nergens voor nodig, nooit.

 Het is verdacht stil geworden. Ik spuug de vrouw in het gezicht.

 ‘Wel wakker blijven, rebellenkut.’

 Ik buk me en graai het clipboard vanonder haar kont. Er zit een bruine veeg op. Maakt niet uit. Ik werk met stront, bloed, lichaamssappen, niets is mij vreemd. Mijn collega’s hebben haar al voor me opgewarmd. Standaard-anaal, niets creatiefs. Voor het maatwerk moet je bij mij zijn.

 Geen bijzonderheden op het formulier. Caroline DeSway, opgepakt voor kunstzinnige uitingen. De natie gaat kapot aan would be kunstenaars. De enige goede kunst is wat de staat verheft.

 ‘Ballad of the weeping widow? Origineler worden jullie er niet op.’

 Haar man is gesneuveld in de loopgraven in Burraja. Wie sneuvelt er in godsnaam in fokking Burraja? Meer staat er niet op het blad, hoeft ook niet. Een zwakkeling, wellicht. Wie vol overtuiging vecht, overleeft. Zeker daar.

 ‘Ik weet niets,’ prevelt ze.

 Een traan rolt over haar wang. Meer schrik dan wat anders. Daar kan ik mee uit de voeten. Het ritueel begint. Ik ga op haar zitten, schurk mijn geslacht tegen de enige opening waarmee ze niet kan liegen, en open tergend langzaam de drie gespen die haar fixeren. Haar volle borsten deinen mee op het ritme van de mij vertrouwde bewegingen.

 ‘Karma sutra,’ zeg ik. ‘Je krijgt wat je verdient, met de groeten van het oppercommando.’

 Ik sla haar met de vlakke hand in het gezicht, meermaals. Eerst worden haar ogen groot, daarna knijpt ze ze tot spleetjes. Ze mocht nog blind zijn (dat wordt ze misschien straks), aan deze realiteit valt niet te ontsnappen. Artiesten, tsss.

 Ze spartelt zielig onder me als ik mijn riem loskoppel. Mijn rits gaat open. Zijn naast anaal ongetwijfeld de revue gepasseerd, voor Caroline me werd toegestopt: vaginaal, oraal, en tegenwoordig ook plakkerig spul in d’r oren (onze nieuwe aanwinst Gerard heeft een micropenis – de staat discrimineert niet). Ze is al murw, maar er zit nog speling op. Er zit altijd speling op.

 ‘Zing maar een ander lied, trut. Wie zijn je bohemien kameraadjes? Waar komen jullie samen?’

 Haar mond gaat open, geluidloos. Haar tanden kleuren rood van het bloed. Oraal daarnet, ja, maar wel met twee lullen tegelijk. Wij zijn allen broeders, bij de Correctional Facility. Wat mijn is, dijn is. Ik duw mijn duimen onder haar kaakbeen, heel hard. Wurging is me te min. Ik heb overigens echt antwoorden nodig. Ze probeert haar hoofd amechtig van links naar rechts te bewegen op de met zweet doordrenkte draagbaar. Zinloos verzet.

 ‘Plaats van samenkomst, teef.’

 Het is belangrijk om de gasten rechtstreeks aan te spreken tijdens de behandeling. Ik lik met mijn tong haar ogen open. Het zilte vocht jaagt een rilling door mijn lijf.

 ‘Ik ga je helemaal uitwonen, kut, tot je de staat geeft waar die recht op heeft.’

 En met die woorden dring ik diep in haar binnen. Het voelt warm daar beneden. Ik stoot door waar anderen stoppen, voor mijn land heb ik de beruchte verlengingsoperatie ondergaan. Velen voelen zich geroepen, weinigen verdienen deze modificatie. Het is nog steeds mijn eigen lichaam, ik ben en blijf ambachtsman. Terwijl ik aan een ongenadig ritme haar cervix sloop, bijt ik in haar oor, steeds weer. Gerards sperma heeft een heel aparte smaak. Ik denk dat hij vaak andijvie eet. Gezond spul. Dat vraagt de staat van ons: verzorg je lichaam en g-

 Ha, ze wringt haar vrouwenhandjes om mijn hals. Het oppercommando zij geprezen, ze heeft nog wil. Goed, heel goed. Ik rijt met mijn tanden haar oor open, ruk mijn hoofd naar achteren en geef haar een kopstoot. Haar lichaam begint hevig te schokken. Duizelig ga ik rechtop staan; ik adem diep in. Haar zielige gekerm bereikt me nauwelijks. De lucht is zwanger van verwachting, míjn verwachting. Het stukje oorlel spuug ik tegen de muur.

 Haar verradersbloed druipt in dikke druppels van mijn martellul en maakt een grillige tekening op haar bovenlijf. Ik tast naar mijn hals. Mmm, lekker pijnlijk.

 ‘Weet je wat een eyefuck is?’

 Ze heeft er geen idee van, kan niet. Alleen ingewijden als ik krijgen toegang tot de Karma Sutra. Negenenzestig illustraties in kleur, met in zwierige letters aanwijzingen over opbouw, hoek, tempo, tijd-van-breken. Ik mag er voor het slapengaan graag in verwijlen, ook al ken ik het boek uit het hoofd.

 Ik wijs naar haar oog en fluister:

 ‘Holtes genoeg.’

 Hun huid krijgt een bepaalde kleur als ze breken, dieproze.

 ‘Onder de kiosk op Honour Square, drie uur ‘s nachts, elke-’

 Ik schud mijn hoofd, ze valt stil. Ze zegt te veel ineens, het komt wel vaker voor. De klok aan de muur leert me dat ik nog drie minuten heb tot de volgende gast wordt binnengebracht. Ik zit mooi op schema. Er is nog tijd, een ogenblik is al wat ik nodig heb.

 ‘Vertel me de details langzaam en precies. Eerst doe ik je rechteroog. Stoot na stoot: je kompanen, de agenda, jullie timing. Stotter niet, twijfel is voor staatslozen. Ben ik tevreden, dan ga je halfziende buiten. Dat is meer dan je verdient. Zoniet …’

 Mijn lul gaat helemaal rechtop staan en wijst schuin in de richting van haar andere oog.

 En jij, heb je alles gefilmd? Prima, alweer een aflevering voor schooltelevisie klaar. De volgende generatie van onze glorierijke staat opvoeden, daar werk ik graag aan mee.

 

Opmerkingen


bottom of page