GEJEREMIEER - ADA MARTENS
- 20 mei
- 7 minuten om te lezen

Dit verhaal is eerder verschenen in: https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-Alice.html
‘In mijn jonge jaren was ik nog een echte Soepschildpad,’ jeremieerde de Schildpad. ‘Waar is die mooie tijd?’
Met een gefluisterd ‘Alle begrip, alle begrip.’ reikte de Griffioen hem een geborduurd zakdoekje aan.
Het was weer hetzelfde liedje. Alice reageerde er niet op.
‘Dank, dank,’ snifte de Schildpad, ‘je bent werkelijk de beste vriend die een oude soepjurk als ik zich wensen kan, Griff.’
De Griffioen keek naar Alice en siste: ‘Heb je dan werkelijk geen greintje medelijden met hem?’ Hij kneep zijn bolle vogelogen tot spleetjes.
Alice keek beschaamd naar het gras. Ze zaten met zijn drietjes rond een grote, platte steen, niet ver van de rivier. De felle zomerzon scheen recht in haar gezicht. Wat was er mis met het leven als Schildpad? Het leek haar weinig verschil te maken: Schildpad of Soepschildpad.
‘Mist u de soep?’ durfde ze na enige aarzeling te vragen.
‘Ik lust enkel preisoep,’ antwoordde de Schildpad. ‘Die doet me denken aan mijn jeugd.’
En daar ging hij weer. Elke nieuwe vraag bracht hem terug naar zijn kinderjaren. Het was werkelijk heel saai!
De Griffioen sprong op de steen, flapperde met zijn vleugels en liet zijn leeuwenstaart vreemde kronkels maken.
‘Mijn excuses,’ zei hij, ‘het is precies vijf uur in de ochtend, middag of avond, en dan hoort dat zo.’
Dat nam Alice dan maar voor lief. Hij had tenminste de Schildpad even van een nieuw treurig verhaal afgehouden.
De Griffioen ging opnieuw zitten.
‘In mijn jonge jaren,’ klonk de gevreesde opening voor de zoveelste keer die middag, ‘kregen we nog les op de Soepschildpaddenschool. De spelletjes die tegenwoordig de dienst uitmaken op wat men een school durft te noemen, waren er niet bij. We hadden een strakke planning.’
O nee, toch niet over school! Daarvoor was Alice het Witte Konijn niet de pijp in gevolgd. Het was weekend; aan school wilde ze helemaal niet denken.
‘Op maandag kregen we oceaanchemie.’
De Schildpad deed alsof hij een reageerbuisje vulde. Met zijn korte, gekromde poten was dat geen eenvoudige klus.
‘Hoe bedoelt u precies?’
Nu was Alice’ aandacht ondanks alles toch gewekt.
‘Gut, kind, leer je dan helemaal niets meer op school? We hadden labo onder water, zo eenvoudig is het. We wreven bijvoorbeeld zeewier over zeesterren om te zien wat er zou gebeuren. En weet je wat?’
‘Ik weet het! Ik weet het!’ jubelde de Griffioen.
‘Dank, dank, Griff, voor je geestdrift, maar laat kleine Alice eens raden.’
Het meisje dacht na.
‘De zeesterren hadden geen jeuk meer?’
De Schildpad keek bijzonder teleurgesteld.
‘Krijg je ook dat vak? Of ben je net zoals ik jong geweest? Jonger dan nu?’
Nu wilde Alice niet dat haar nieuwe kameraad zo sip keek.
‘O, geen van beide. Ik had gewoon geluk bij het raden. Niet meer dan dat.’
‘Haha,’ zei de Schildpad, en Alice hoorde de onzekerheid in zijn stem. ‘Dinsdag dan. Toen kregen we zwemles.’
‘Huuuuuuuuh?’ zei Alice voor ze er erg in had. ‘Mijn excuses,’ voegde ze er snel aan toe, ‘het is vijf uur tien in de ochtend, middag of avond, en dan hoort dat zo.’
Ze hoopte maar dat ze met dat excuus wegkwam.
Zowel de Schildpad als de Griffioen knikten begripvol.
‘Kon u bij uw geboorte niet zwemmen dan?’ vroeg Alice.
De Schildpad leek erg blij met die vraag. Hij stond op en deed een langzaam vreugdedansje; het was een komisch tafereel.
‘Nee, nee, nee! Driewerf of zelfs vierwerf nee! Soepschildpadden kunnen helemaal niet zwemmen. Ze moeten het leren. Dat is een fabeltje dat al jaren de ronde doet in Wonderland.’
‘Jaren!’ beaamde de Griffioen. ‘En ik weet alles over fabels.’
‘Net zoals jij moest ik brevet na brevet halen, meid.’
De Schildpad haalde een stapeltje documenten uit zijn schild.
‘Kijk maar. Oei, de letters zijn vervaagd. Het is ook al lang geleden, natuurlijk.’
‘O,’ zei Alice, ‘bedoel je de honderd meter schoolslag en …’
‘Schóólslag? Waarom zou ik schoolslag leren op school? Dat hoort niet zo!’
De Schildpad lachte onbedaarlijk. Alice was al lang blij dat hij niet kwaad werd.
‘Dat hoort niet zo om vijf uur, en ook niet om vijf uur tien,’ vulde de Griffioen aan, ‘in de ochtend, in de middag noch in de avond.’
‘Helder,’ zei Alice. ‘Maar welke brevetten haalde u dan?’
‘Geef me wat tijd … Ik ben al een oude Schildpad. Soms wil het geheugen niet mee.’
Hij bekeek tevergeefs de vergeelde documenten.
‘Ik dacht net dat Schildpadden een heel goed geheugen hadden. U ziet eruit alsof u nog alles weet.’
Alice keek verwachtingsvol naar haar gesprekspartner. Hij moest meer in zichzelf geloven; een compliment zou hem deugd doen. Misschien zou hij dan ook wat minder vaak klagen.
‘Nee, enkel Soepschildpadden, en ook wel Olifanten, beschikken over een fenomenaal geheugen.’
‘Sierduiken,’ zei de Griffioen zacht.
‘Aha, juist ja! Sierduiken hadden we in de ochtend, in de middag zwommen we trapeziums en in de avond schakelden we over op aquariums. Hehe, het komt allemaal terug.’
Hij keek tevreden.
Alice beet op haar tong, maar het moest eruit:
‘Trapezia en aquaria, bedoelt u?’
De Griffioen humde afkeurend.
‘Helemaal niet. Trapezinni en aquarelle, als je op reis gaat en jezelf in den vreemde wil verstaanbaar maken, maar alleen dan.’
Iedereen staarde naar de platte steen.
‘Mooie lijnen erin,’ mompelde Alice.
De middag schoot niet op.
‘Heel mooi,’ zei de Schildpad.
‘Het kon beter, het kon slechter,’ besloot de Griffioen.
‘In elk geval,’ hernam de Schildpad, ‘in mijn jonge jaren bestonden er ook woensdagen, donderdagen en vrijdagen, en toen hadden we vrijaf.’
‘Maar … maar …’ Alice wist niet waar ze het had, ‘die bestaan nu ook, en dat zijn schooldagen.’
De Schildpad en de Griffioen keken elkaar bevreemd aan.
‘Nooit van gehoord.’ en ‘Wat is dat voor onzin?’ klonk het door elkaar.
‘Heus wel,’ hield Alice vol.
‘Wat leer je dan zoal?’ De Schildpad keek haar geïnteresseerd aan.
De Griffioen daarentegen spreidde zijn vleugels en schoot als een pijl de lucht in.
‘School op vrijdag, het zal wel!’ klonk het ver boven Alice en haar nostalgische vriend.
‘Let maar niet op hem,’ vertrouwde de Schildpad haar toe. ‘Griff zit erg met me in. Hij kan het niet hebben als mensen mijn mening niet delen. Hij deelt namelijk altíjd mijn mening. Delen vindt hij fijn.’
Alice wist niet goed wat ze daarop moest antwoorden, dus zei ze maar:
‘Dat is heel leuk voor u. Om op uw vraag te antwoorden, op woensdag krijg ik rekenen, op donderdag plantkunde en op vrijdag aardrijkskunde.’
‘Dat ik dat nog mag meemaken. De jeugd krijgt meer les dan ik vroeger.’
De Schildpad knipoogde naar Alice en hief vervolgens het hoofd. Griff beschreef enkele grote cirkels om een wolk.
Wat een vrijheid had de Griffioen … Alice wilde dat ze ook kon vliegen, maar ze had intussen geleerd dat zelfs in Wonderland niet alles mogelijk was.
‘Aardrijkskunde,’ herhaalde de Schildpad ongelovig. ‘Wat is er nu rijk aan de aarde? De weelde bevindt zich in de zee, tussen de vissen, de haaien, ja zelfs de oorrobben.’
‘Om eerlijk te zijn, ik vind aardrijkskunde niet zo leuk. Daarom kan ik moeilijk onthouden wat we allemaal leren. Het gaat over bergen, vlaktes en rivieren.’
Griff vloog langs hen heen, als een oranje streep op een strakblauw canvas.
De Schildpad krabde aan zijn kin.
‘Rivieren, zei je?’
Alice knikte.
‘Stromen ook. Ik denk dat die twee woorden hetzelfde betekenen.’
‘Een beetje zoals zes en een half dozijn,’ zei de Schildpad. ‘En heb je al veel geleerd over de rivieren in Wonderland?’
Ze moest toegeven dat dit niet het geval was.
‘Ik ken er enkel een paar in Engeland, Schotland en Wales.’
Ze sloot kort haar ogen en somde ze op:
‘De Aire, de Tweed en de Dee. De namen van de heel grote rivieren vergeet ik altijd.’
‘Is Tweedledee in de air? Hoor ik dat goed?’ klonk het in de lucht.
Griff ging sneller met zijn vleugels klapperen.
‘Nee hoor,’ stelde Alice hem gerust. Ze had de onafscheidelijke goedmoedige dikkerds al dagen niet meer gezien.
De Schildpad wees naar Alice.
‘Over jouw Enge Landen hebben we het al uitvoerig gehad vandaag.’
Alice vond niet dat ze al zoveel over thuis had verteld.
‘In mijn jonge jaren bestonden er helemaal geen Enge Landen,’ ging de Schildpad onvermoeibaar verder, ‘Leer je dat ook bij aardrijkskunde, hoe nieuwe landen ontstaan?’
Nee, dat was in de lessen geschiedenis, die vond ze leuker. Hoewel Alice graag met vrienden praatte, kreeg ze zin in wat beweging. Als de Griffioen kon vliegen, dan kon zij misschien …
Ze wees naar het stroompje verderop en vroeg:
‘Zullen we gaan zwemmen? Het is best warm, zo kunnen we verkoeling zoeken.’
De Schildpad verborg zijn kop achter zijn poten.
‘Soepschildpadden veranderen rond hun veertigste onvermijdelijk in Schildpadden. Daarna zit zwemmen er voor hen, euh voor mij dus, helaas niet meer in. De testudopauze is een knap vervelende periode. Maar dat kon jij niet weten, dus ik neem je niets kwalijk.’
Alice ging staan en knuffelde de Schildpad.
‘Dank, dank. Ga gerust zwemmen zonder me. Het water is vast heerlijk.’
Als hij het zelf voorstelde, wie was Alice dan om nee te zeggen? Ze zwaaide ten afscheid en stapte richting het water. Met jurk en al sprong ze in het stroompje.
‘Lekker fris,’ zei ze toen ze weer bovenkwam.
‘Ik geloof je graag, Alice. Als je een zeester vindt,’ riep de Schildpad haar toe, ‘wil je die dan voor me opduiken? Zeewier mag ook.’
Het moest echt wel lang geleden zijn dat hij nog gezwommen had, bedacht Alice, want in rivieren vond je helemaal geen zeewier of zeesterrren. Ze watertrappelde en stak een duim op.
‘Van zodra ik iets vind, kom ik het u brengen.’
‘Dat zou me waarlijk veel plezier doen.’
Maar hoe Alice ook speurde onder water, ze vond niet wat ze zocht. Dat was natuurlijk geen verrassing. Na lang zoeken zag ze wel een blikje. Ze raapte het van de bodem en zwom naar het wateroppervlak.
‘Kijk wat ik gevonden heb.’
De oude Schildpad kwam aangewaggeld.
‘Toon eens.’
Hij hielp Alice op de oever en nam het blikje van haar over. Het duurde een poos voor hij de verbleekte woorden op het etiket kon ontcijferen.
‘Oneindig houdbaar. Dat is alvast goed nieuws.’
Hij hield het blik nu dicht bij zijn ogen.
‘Preisoep!’
Het werd een gezellige avond. De Schildpad vertelde Alice anekdotes over zijn latere jaren, waarin ook behoorlijk veel was gebeurd. Zo had Alice nooit verwacht dat hij nog kapitein bij de Wonderlandse marine was geweest. (‘Enkel de matrozen moesten kunnen zwemmen. Wie in de overgang zat, werd bevorderd.’)
Om klokslag negen uur landde de Griffioen op de steen.
‘Dat hoort zo, in de ochtend, de middag en de avond,’ zei hij tot niemands verbazing. ‘Prima vliegweer overigens.’
Alice en de Schildpad hadden een restje soep voor hem bewaard en daar leek hij heel blij mee.
‘Bezoek je ons later nog een keertje?’ vroeg de Schildpad bij zonsondergang.
‘Op een vrije dag zeker,’ zei Alice vrolijk.




Opmerkingen