top of page
logo Lowlands Fiction

MANNEN, BEVROREN – FINN AUDENAERT

  • 16 mrt
  • 17 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 17 mrt


Het geruis van de kleine hoogteverschillen in het water maakt Andres rustig. Er staat een sterke stroming op dit deel van de Lesse. Hij verwelkomt het geluid tijdens zijn afvaart; het helpt hem na te denken. Tussen Houyet en Anseremme wil hij ontdekken of Marjolein en hij het gaan redden. Vier jaar samen: dat is veel, dat is weinig. Toen hij gisteren zijn vriendin over de promotie bij SKP Engineering vertelde, reageerde ze als door een wesp gestoken.

 'Goed, je wilt ander werk. Maar wat betekent dat, ''ik ga breder denken''? En waarom word je daar niet extra voor betaald?' had ze geklaagd.

 'Je pakt nooit eens door. Ik begrijp niet dat ze jou op kantoor ''de straaljager'' noemen.'

 'We leveren vliegtuigonderdelen aan, schat,' had hij geantwoord. 'En mijn strategieën als commercieel manager kloppen! Ze schatten me naar waarde bij SKP.'

 'Voor mij lijkt het alsof ze jou wegpromoveren.'

 'Wil je echt dat ik moe thuiskom van mijn baan?'

 'Stop er nu maar over.'

 Ze had zich omgedraaid. Toen had hij het geroepen. Andres schaamt zich als hij terugdenkt aan wat hij haar naar het hoofd slingerde. Hij vaart langs het statige kasteel van Walzin, maar gunt het nauwelijks een blik waardig. Er komt een uitdagend stuk aan, vol hoge stenen in de rivier. Op deze zonnige dag weerkaatst het water fel het licht. Even wordt Andres verblind. Net op dat moment stuurt de stroming hem langs de oever, om een rotsblok heen. Met zijn rechterschouder raakt hij een laaghangende tak van een vederesdoorn. Een scherpe pijn snijdt hem de adem af. Zijn kajak schommelt gevaarlijk en kantelt dan definitief. Andres gaat kopje onder en drijft met boot en al weg. Zijn lichaam neemt het over van zijn brein. Hij zoekt de rivierbedding met zijn peddel, duwt zich af en maakt een draaibeweging. Als hij aan de oppervlakte komt, hapt hij naar adem. Moeizaam laveert hij naar de oever en meert aan. Hij gaat houterig op de graskant zitten. Meestal komt hij hier met vrienden varen, een zeldzame keer met Marjolein. Hij weet het wel: het is niet slim om hier alleen te komen.

 Andres vist zijn smartphone uit het beschermende hoesje aan de binnenkant van zijn wetsuit. Hij tikt op sneltoets één.

 'Schat, ik heb een probleempje, geloof ik.'

 (...)

 'Zelf oplossen? Dat gaat niet, hoor. Ik w-'

 (...)

 'Luister, het spijt me van gisteren. Al wat ik...'

 Een pijnscheut schiet door zijn schouder als hij zijn woorden kracht wil bijzetten met zijn vrije arm. Een rauwe schreeuw ontsnapt hem; Marjolein verbreekt de verbinding. Het is al donker als Andres de hulpdiensten hoort. Hij heeft met de noodcentrale afgesproken dat de ambulance langs de Lesse de sirene laat loeien en dat hij aanwijzingen geeft op basis van het geluid. Andres' smartphone heeft ondanks alle voorzorgsmaatregelen waterschade geleden. Telefoneren lukt, maar hij kan niet online gaan. Het toestel weigert zijn precieze locatie door te geven.

 'Links afdraaien,' zegt hij, 'ik zit aan de waterkant, tegen de grote boom.'

 Stilaan koelt het af; er steekt een wind op. Andres rilt. De pijn heeft intussen haar klauwen uitgeslagen naar zijn elleboog en nek. De dag is eindeloos. Nu pas kan Andres echt rusten. Hij legt zich voorzichtig in het gras. Als de ambulance aankomt en de sirene uitgeschakeld wordt, glipt zijn bewustzijn weg.

 

'Hoe moet het verder?' wil Marjolein weten. Ze gaat tot Andres' ergernis staan als ze het vraagt, om op ooghoogte met dokter Versluys te komen. De arts heeft net het raam in zijn kabinet gesloten. Buiten waait het stevig.

 'Ik begrijp uw frustratie. Het is niet gemakkelijk als het ziekteverlof telkens verlengd wordt. De onzekerheid knaagt.'

 'Tien maanden al!' zegt Marjolein.

 Andres probeert de maanden niet meer te tellen, tegen beter weten in. Hij schudt het hoofd. Dat de dokter een meer dan professionele aandacht voor zijn vriendin aan de dag legt, helpt niet. Maar Carl Versluys is de grote specialist in zijn vakgebied.

 'Het probleem is, mevrouw, eh, juffrouw, dat uw... vriend te lang op hulp moest wachten. Ik weet dat ik mezelf herhaal, maar de eerste uren zijn cruciaal bij de verzorging van een frozen shoulder. Dat men niet nog in de nacht van het ongeval heeft geopereerd...'

 De dokter maakt een wegwerpgebaar.

 'In het buitenland zou men die fout niet maken.'

 Hij kijkt naar het bureaublad. Andres volgt zijn blik. Op de hoeken van het bureau staan een stokje met de Amerikaanse vlag eraan en een foto van drie eender uitziende mannen.

 'Ik moet maar weer eens op vakantie naar de Verenigde Staten,’ zegt dokter Versluys. 'De batterijen opladen... Reist u graag?'

 Hij gaat met zijn hand door zijn grijze haar, wrijft dan over zijn brede kin. Die tic heeft Andres al eerder opgemerkt. Marjolein knikt heftig. De dokter steekt een lofzang over ''de nieuwe wereld'' af. Andres zucht; hij haat koetjes en kalfjes. De foto op het bureau trekt zoals bij elk consult zijn aandacht. Al even onzeker als zijn herstel is de identiteit van de mannen op de prent. Hij gaat wat verzitten op zijn stoel om de gezichten beter te bekijken. Ook nu twijfelt hij of dokter Versluys de zongebruinde kerel in het midden is. Zijn oogleden worden zwaar. Hij zakt langzaam onderuit op zijn stoel.

 'Meneer Verfaillie, ik bedoel Andres, slaat de vermoeidheid toe?' vraagt de dokter. ‘De gruwelverhalen over frozen shoulders zijn legio. Na tweeëndertig weken is uw schouder nog altijd ontstoken. De revalidatie laat op zich wachten. Staat u open voor een andere behandeling?'

 Zijn stem gaat omhoog bij die laatste vraag.

 'Ja!' antwoordt Marjolein meteen in Andres' plaats.

 Andres gaat rechtop zitten en zegt: 'Ik hoor graag wat u te vertellen heeft, dokter.'

 Carl Versluys' hand gaat opnieuw door zijn haar en vervolgens naar zijn kin. Niet voor het eerst denkt Andres dat hij de man eerder heeft gezien, voor het ongeval. Hem, of toch iemand die sterk op hem lijkt. De pijn in zijn schouder laait op en belet hem het piekeren. Elke inspanning is er een te veel, zelfs een mentale. De dokter loopt over en weer door zijn kabinet, een en al energie.

 'We hebben sinds een jaar een partnership met een hypermodern ziekenhuis in Bethesda, Maryland, over de plas.'

 Hij keert terug naar het bureau en plaatst er zijn handen op. Hij maakt een snelle cirkelbeweging over het blad, die de Atlantische Oceaan moet voorstellen. Andres heeft moeite om de vingers te volgen. Hij wendt even zijn ogen af en zoekt het blauw voorbij het raam. De wolken jagen achter elkaar aan.

 'In Bethesda Future Care lopen enkele experimentele programma's,' zegt Versluys, 'allemaal high tech en cutting edge. Zegt het deep body brain u iets?'

 Hij richt zich rechtstreeks tot Andres.

 'Nee, ik h-'

 'Het deep body brain? Zeker wel!' echoot Marjolein. 'Daar heb ik al veel over gehoord, Carl. In magazines en online en zo.'

 Andres ziet aan haar gezicht dat de term haar onbekend is. Hemzelf ook trouwens.

 'Ik dacht al dat u het nieuws goed bijhield, juffrouw,' zegt de arts. 'Maar mogelijk verwart u het deep body brain met andere medische ontwikkelingen. Het was meer een retorische vraag. Ik vrees dat over deze behandeling nog geen wetenschappelijke of,' hij kucht even, 'populairwetenschappelijke literatuur is verschenen.'

 Marjolein glimlacht zuinig.

 Dokter Versluys is niet meer tegen te houden, nu.

 'Jawel, de toekomst is al hier! Volledig herstel is mogelijk, meneer Verfaillie. Het mooie nieuws: u komt in aanmerking voor het experimentele programma in BFC. We zoeken precies iemand als u. Een man die, hm, breed denkt.'

 Andres voelt hoe de blik van dokter Versluys hem aftast. In de donkerbruine ogen van de arts ziet hij iets onbestemds zweven, steeds sneller, zoals het water in de Lesse. Hij denkt niet graag aan het ongeval terug. Wat hij in Versluys' ogen ziet, voelt gevaarlijk aan. Maar wat is de andere optie? Thuis wegkwijnen? Frozen shoulders zijn notoir moeilijk te behandelen.

 'Wie betaalt de reis en, naar ik aanneem, de operatie?' vraagt Marjolein.

 'U bent een praktische vrouw, heel goed,' complimenteert Versluys haar.

 Hij gaat zitten en legt zijn onderarmen voor zich op het bureaublad, handpalmen omhoog.

 'We doen dit samen. U, Andres, de vrienden over de plas en ik. Ons partnership is ruimschoots van fondsen voorzien door welwillende bedrijven uit de medische en dienstverlenende sector. Maakt u zich geen zorgen. U heeft alle recht op beterschap. U allebei!'

 Versluys' benige vingers ijlen naar de telefoon-met-toetsen aan zijn kant van het bureau. Het is een anachronisme in deze kamer die, zo merkt Andres plots, volgestouwd is met modern uitziende apparatuur. Meestal kijkt hij in dit kabinet enkel naar Marjolein, naar de dokter die naar Marjolein kijkt en ter afleiding door het raam.

 'Ha, u toont belangstelling voor onze apparatuur!' zegt de dokter. Zijn diepe stem klinkt nog meer sonoor. 'Straks doen we met deze toestellen metingen in uw schouder. De resultaten upload ik naar de cloud voor de collega’s in de VS. Zij voeren de gegevens in de grote broers van deze apparaten in. Het zijn reusachtige machines, die uw leven compleet zullen veranderen. Zullen verbeteren!'

 Andres' schouder zindert. Omzichtig schudt hij het gewricht los, op de manier die hem aangeleerd is.

 'Ja, ik wil beter worden,' zegt hij.

 Dokter Versluys grijnst hem toe. Er kleeft zo’n professionele reclameglimlach op zijn gezicht, alsof hij consumenten dure tandpasta of koffie aansmeert.

 'Mooi, ik bel vooruit en haal bij de administratie een standaardcontract,' zegt de arts snel.

 Hij toetst enkele cijfers in en geeft instructies door aan de telefoon. Zijn labjas fladdert achter hem aan als hij met een grote zwaai de deur naar de gang opent. De stilte valt onverbiddelijk in het dokterskabinet.

 Andres neemt de witte toestellen een voor een in zich op. Marjolein wandelt hem voorbij en laat een hand glijden over het grootste apparaat. Er staan wijzers en graadaanduidingen op.

 'Volgens mij komt het goed,' zegt ze. Het klinkt geforceerd.

 'Deep body brain,' herhaalt ze.

De hele vlucht lang heersen kinderen aan boord. Van peuters tot twaalfjarigen. Ze maken een hels lawaai. Computerspellen, liedjes, het gewoonlijke 'hoe-lang-nog-mama?'. Andres heeft nooit kinderen gewild; Marjolein nu eens wel, dan weer niet. Het praten over een oplossing hebben ze uitgesteld, want ze nemen een pauze.

 'Eerst zien hoe het in de VS loopt,' heeft ze hem verteld.

 Oorspronkelijk zou ze meegaan, maar het budget van BFC was dan toch niet onbeperkt.

 ''From a medical point of view we advise you not to bring your partner along. You should be fully committed to recovering. Moreover, our funding goes into your recovery only,'' hebben ze in een e-mail gelezen.

 Het was niet alsof ze vanuit het ziekenhuis daguitstappen konden maken.

 'Je doet het zeker goed daar,' heeft Marjolein hem aangemoedigd. 'Ik vertrouw op je zelfstandigheid. Toon nou maar dat je een straaljager bent.'

 Op een enkel stil moment aan boord zakken zijn oogleden dicht. Bij zijn terugkeer zal alles anders zijn. Dat weet hij gewoon.

 'I’m so sorry, I’ve lost count of the doctors,' brengt Andres gegeneerd uit. Hij slaagt er maar niet in de artsen uit elkaar te houden in Bethesda Future Care. Met de beste wil van de wereld herinnert hij zich de naam van de arts niet. Ze lijken allemaal uit een ziekenhuissoap te zijn gestapt. Gelikte types: brede kinnen, grijswijze haren – zoals Andres dat noemt – en een diepe stem. Nu weet hij het: Clooney-clones! Stuk voor stuk Georges, net zoals Versluys. Ze zijn posterboys voor de medische wetenschap. Ongelofelijk. Niet alleen zetten ze dezelfde hanenpoten op hun voorschriften, ze zien er ook zo verdomd professioneel en geruststellend uit. Knappe koppen.

 'Geen probleem, meneer Vurrr-faai-eee,' klinkt het door de smartphone die tussen Andres en de anonieme dokter in op de tafel ligt. Hij hoorde het de dokter een fractie van een seconde eerder ook al in het Engels zeggen. Het hospitaalbeleid voor het partnership is strikt, zo is hem uitgelegd op zijn eerste dag in BFC. Buitenlandse gasten worden in hun eigen taal bediend.

 'Mijn naam is Smith. John Smith. Ik ben er zeker van dat u nu mijn gezicht en naam zult onthouden. Ik breng u even goed nieuws als mijn collega, dokter James Jones, gisteren. Het dieplichaamsbrein dat wij geïmplanteerd hebben, hecht zich steeds beter aan uw schouder. Kijkt u mee op de wand achter me?'

 De beamer boven Andres' hoofd komt tot leven. Op het witte vlak achter dokter Smith verschijnt een schematische tekening van Andres' schouder, netjes gecompartimenteerd in kleurvlakken. Hoog in zijn rode bovenarm, net onder de schouder, zit een groene bol, waaruit gele stralen zich een weg zoeken naar beneden, richting elleboog, en opzij, richting nek. Om de groene bol zit een grijze laag, die telkens als de voorstelling vertoond wordt iets dunner is.

 Het grijs is nauwelijks nog te onderscheiden vandaag.

 'De hechting is bijna... finaal,' legt dokter Smith uit. 'Zoals een van mijn confraters u bij de initiële toelichting zei, werken we met zesde-generatie nano/bio-tech in en rondom uw implantaat. De integratie van beide elementen is compleet. Het gaat zowel om kunstmatige eiwitfabriekjes als om productiecentra van neuronen en gliacellen. Zie hoe de gouden stralen,' Smith wijst naar de strepen op de wand, 'elke dag verder reiken. Deze axonen of zenuwvezels maken almaar nieuwe verbindingen. Uw schouder en bij uitbreiding uw arm worden dag na dag meer onderdeel van uw lichaam. Een krachtig lijf voor een krachtige persoonlijkheid, precies zoals het vroeger was. Robuuster zelfs!'

 Andres kent de uitleg, maar hoort die graag nog eens. Vlaanderen is slechts een verre herinnering. In Bethesda staat hij op het kruispunt tussen wetenschap en toekomst. Hij wil op dit moment nergens anders zijn.

 'Laten we samen de oefeningen doen,' zegt dokter Smith.

 De man komt achter zijn bureau vandaan, gaat voor Andres staan en heft zijn rechterarm op, zijdelings van de romp weg. Andres volgt werktuigelijk de beweging. Hij voelt enkel lichte pijn. In twee weken tijd heeft hij razendsnel vooruitgang geboekt. De ontsteking is volgens de dokters weg; de revalidatie verloopt voorspoedig. Als Andres' arm hoog de lucht in gaat, met zijn biceps langs zijn oor, hoort hij een zacht gezoem. Het geluid klinkt intussen vertrouwd.

 The shoulder brain is working, fluistert hij vol bewondering.

 'Natuurlijk, meneer Vurrr-faai-eee, u denkt nu voor twee! Is de last aan uw elleboog en pols ook vandaag weer wat minder erg?'

 Andres knikt. Zelfs zijn nek voelt niet meer stijf aan. Hoelang is dat niet geleden?

 'Binnenkort heeft het dieplichaamsbrein de mechanische functies van alle gewrichten in uw rechterarm overgenomen. U zult opnieuw pijnloos door het leven gaan!'

 Dokter Smith schenkt hem een stralende blik. Iedereen in BFC is erg vriendelijk; Andres heeft nergens over te klagen. Niet dat het goede nieuws Marjolein tot langere telefoongesprekken beweegt. Andres glimlacht terug naar dokter Smith, wat droeviger dan hij in gedachten had, en molenwiekt op geijkt tempo met zijn arm. Als de dokter even later zijn eigen arm laat zakken, gaat Andres stevig door met strekken en plooien.

 De dokter gaat zitten en beduidt Andres zijn voorbeeld te volgen.

 'Laat ons niet overmoedig worden.'

 Andres steekt een duim op en neemt plaats aan het bureau.

 'Na uw herstel,' zegt Smith, 'zijn er opties, verdere... mogelijkheden. Dit soort behandelingen is best duur.'

 Andres gaat sneller ademen.

 'Maakt u zich geen zorgen! Ons partnership draagt wel degelijk alle kosten, tot de procedure beëindigd is. Ik denk dat het de hoogste tijd is om u in vertrouwen te nemen,' zegt dokter Smith.

 Hij opent een lade en haalt er een goudkleurige pen uit. Andres kijkt van Smith naar het schrijfgerei en terug.

 'Houdt u deze pen kort tegen uw schouder? Jaja, uw rechterschouder natuurlijk. Voorzichtig maar.'

 Andres doet wat hem gevraagd wordt. Hij is benieuwd waar dit heen leidt.

 'Mooi zo, meneer Vurrr-faai-eee. Zeg de woorden: ''Pen, ga open.'' Doet u het zonder na te denken.'

 Andres zegt mechanisch de woorden na.

 'Kijkt u eens naar de pen.'

 Andres houdt de pen voor zich. De schroefdop is bijna helemaal opengedraaid. De pen valt op de grond.

 Dokter Smith maakt een sussend gebaar.

 'Er zijn nog pennen, geen zorgen. Om de pennen gaat het niet.'

 'Heb... heb ik dat gedaan?'

 'Zeker. Technisch gezien heeft uw tweede brein het gedaan. Tomaat tomaat, aardappel aardappel.'

 Hier moet Andres even over nadenken, tot de echo van de Engelse uitdrukking hem bereikt.

 'Juist ja, dokter Smith, twee breinen, één brein: het is allemaal hetzelfde.'

 'Precies! Met uw dieplichaamsbrein kunt u niet alleen uw arm bewegen zoals voorheen, u kunt ook levenloze voorwerpen in uw omgeving aan uw wil onderwerpen. Als ze zich voldoende dichtbij bevinden, dat spreekt. Met uw schouderbrein kunt u meer dan met uw oorspronkelijke hersenen!'

 Smith draait zich om in zijn bureaustoel. Alleen zijn Clooney-haar reikt nog over de hoge zetelleuning.

 'Schrikt u vooral niet,' bezweert hij Andres.

 Met een dramatisch armgebaar gaat de dokter staan en drukt zijn knie tegen de zijkant van de zware stoel. Tot Andres' stomme verbazing komt de stoelleuning steeds hoger boven het bureau uit, tot de wieltjes aan de poten langzaam draaien boven de rand van het bureaublad. Smith klapt in zijn handen; de stoel smakt neer.

 'Mijn excuses, ik heb altijd van goochelaars gehouden, meneer Vurrr-faai-eee. Ik hou van entertainment. Herinnert u zich David Copperfield? Hij treedt wat minder vaak op tegenwoordig.'

 'Huh, j-ja,' stamelt Andres.

 'Hij is hier ook geweest, voor zijn voet die door de mangel ging, net zoals ikzelf ooit de behandeling onderging voor een gebroken knieschijf. Bij mij ging het om, heh, een seksuele uitspatting buiten de slaapkamer; bij meneer Copperfield betrof het een spijtig fietsongeval. Dat heb je met die lui. Ze fietsen nooit, nemen altijd de auto. Op een fataal moment besluiten ze te gaan sporten.'

 De arts lacht zachtjes.

 'Maakt niet uit. Sinds zijn bezoek hier gaan zijn trucs hem nog gemakkelijker af. Veel gemakkelijker. David draait regelmatig een shift bij ons in Bethesda. Uit dankbaarheid, zo u wilt. Hij bedient bijvoorbeeld onze nieuwste toestellen, net zoals ik.'

 Nu Andres erover nadenkt, is het inderdaad lang geleden dat hij de beroemde goochelaar op tv zag. Hij kan er niet goed de vinger op leggen, maar Copperfield zag er die laatste keer op het scherm anders uit. Het had in de kranten gestaan. Plastische chirurgie misschien? Door die drukte met Marjolein en zijn schouder heeft hij gewoon geen tijd gehad om bij kleinigheden stil te staan.

 'Genoeg gepraat.'

 Smith klapt met vlakke hand op het bureau. Hij bukt zich om de pen van de vloer te rapen, gooit het blinkende voorwerp achteloos in de lade en wenkt Andres.

 'Ik toon u wat ik bedoel met de bediening van die toestellen. Kom mee!'

 Andres volgt Smith door lange gangen; zijn schouder zoemt tevreden bij elke stap. In dit deel van het hospitaal is hij niet eerder geweest. Ze komen bijna niemand tegen, op een rijzige arts in blauw operatiepak na, die snel een deur open gooit als hij de twee ziet. Andres vangt nog net een glimp op van zijn grijze haar, dat onder een mutsje uitpiept.

 'Geen tijd voor zichtzien, meneer Vurrr-faai-eee,' zegt Smith smartphonegewijs, 'we hebben bijna onze bestemming bereikt. Uw conditie is alvast veel beter dan bij uw aankomst.'

 Smith zet er stevig de pas in. Tot Andres' verrassing moet er niet alweer een deur worden geopend. De gang, die steeds breder is geworden, geeft uit op een immense zaal. Als Andres' ogen wennen aan het klinische licht in de loods, ziet hij monsterachtige apparatuur die tot het plafond reikt.

 'Dit is nog groter spul dan de apparaten waarmee we uw dieplichaamsbrein ingebracht hebben. De enorme silo's dienen om de nodige energie op te wekken. De echt belangrijke toestellen zijn even klein als wat u kent van uw operatie. Alleen dienen deze versies... hogere doelen. We hebben grote plannen met u – als u beslist om onze visie te delen! Waarom neemt u niet plaats op de stoel in de cabine hier links van u?'

 Dokter Smith zwaait met zijn arm naar een cel.

 Andres' arm zoemt luider en overstemt zijn gedachten. Hij betreedt de cel, die ruimte biedt aan één persoon. In vergelijking met de kolossen in de loods lijkt deze unit onschuldig. Een doorzichtig scherm sluit hem af van de arts zodra hij gaat zitten. Door de intercom boven de deur klinkt de vernederlandste stem van Smith.

 'Beantwoord de vragen die ik u stel. Neem de tijd die u nodig acht.'

 Andres knikt.

 'Wacht u een toekomst thuis?'

 Het geluid van het dieplichaamsbrein weerkaatst op de metalen wanden van de cabine en wordt erdoor versterkt. Andres voelt zich op zijn gemak; het gezoem is hem zo vertrouwd. Het is bijna een jaar geleden dat hij zich zo goed voelde. Hij denkt terug aan zijn afvaart van de Lesse.

 'Nee, ik voel geen behoefte om terug te keren.'

 Dokter Smith stelt een volgende vraag, maar Andres registreert niet meer wat de man aan de andere kant zegt. De woorden bereiken zijn oren niet. Hij hoort weliswaar klanken, maar het is eerder alsof zijn rechterschouder die opslokt. Zijn schouder schokt even, als om de instructies van de dokter te bevestigen. Want ja, weet Andres nu, dat zijn het: instructies, geen vragen!

 Hij gaat staan, dicht tegen de wand, zoals zijn schouder hem doorgeeft. Aan het plafond glimt een dunne cirkel op. De cabine baadt in een blauw licht; de stoel klapt weg in de diepte. De vloer sluit zich meteen, maar laat een diepe bastoon door. Op vraag van zijn schouder gaat Andres terug in het midden staan, recht onder de cirkel. Voorbij dokter Smith ziet hij de energiesilo's lichtjes schokken. De bastoon baant zich intussen een weg door zijn lichaam, van voet over been, knie, heup en romp naar zijn rechterschouder, waar de trilling resoneert en blijft hangen, steeds maar herhaald wordt.

 Nu begint ook zijn linkerschouder te zoemen.

 De bastoon sterft weg; hij heeft klaarblijkelijk zijn functie vervuld. Andres' hele lijf tintelt. Dit gevoel overstijgt elke vorm van blijdschap.

 'Heeft u een vriendin die u thuis opwacht?' vraagt Smith met luide stem.

 Andres' breinen, alle breinen, horen de dokter helder.

 'Absoluut niet,' hoort Andres zichzelf zeggen, als door drie monden.

 'Goed zo. Ik ben blij dat u tot dit monumentale inzicht bent gekomen. U heeft helemaal geen levenspartner nodig. Nu heeft u ons! En er blijft sowieso tijd voor pleziertjes. Kijk naar dokter Versluys, of dokter Henry Brown, zoals wij onze broer noemen. Hij belde ons laatst. Volgende maand komt hij in Bethesda – hoe noemt hij het ook alweer – ach ja, hij komt ''zijn batterijen opladen''. Hij zei ook dat hij... ''actie heeft ondernomen'' met uw voormalige vriendin. Mooi toch?'

 Dokter Smith nodigt hem uit met een heerlijke lach, een lach zoals Andres nooit eerder hoorde, om zijn goedkeuring te geven.

 'Dokter Brown doet wat hij wil! Marjolein ook! En ik... ook,' zegt Andres.

 Zijn schouders vragen hem zo recht mogelijk te gaan staan. Andres gehoorzaamt. Zijn hoofd zweeft vlak onder de cirkel. Het blauwe licht rust op zijn beide schouders en masseert ze. In zijn lijf groeit wat, in alle richtingen, ook in zijn hoofd. Hij voelt de aandrang om zijn hemd los te knopen. Hij geeft eraan toe. Het kledingstuk glijdt van zijn romp.

 'Uitstekend. Er rest slechts één vraag,' vervolgt de dokter. 'Een laatste opoffering voor geluk en nooit aflatende liefde tussen u en uw broers, gezond van lichaam en geest. Wilt u ooit kinderen?'

 'God nee,' antwoordt Andres meteen – of zijn het zijn schouders? Het is om het even. Hij voelt zich compleet en bovendien kerngezond. De voet die hij verstuikte toen hij als kleine jongen met het buurmeisje touwtje sprong. De rib die hij brak na een nacht bier hijsen, toen het uit raakte met zijn eerste vriendin. Hij weet het nog allemaal, maar het raakt hem niet meer. Zijn lijf voelt het niet meer. Het verborgen leed is van hem afgegleden, even makkelijk als zijn hemd zonet.

 'Prima. Een kinderloos bestaan is namelijk de enige ''beperking'' – een woord uit uw oude leven – die uw opname in onze kring veroorzaakt. Een gevolg van de medische procedure. Dit detail heeft geen verder belang. U bent vrij, eindelijk vrij! Drie breinen heeft u al. Het worden er vier, vijf, veel meer. Stelt u zich voor wat u daar allemaal mee kunt doen. U beveelt de omgeving rondom u,' dokter Smith heft zijn armen en de zware energiesilo's neigen licht naar hem toe, 'en u leidt anderen naar hier, naar het geluk. Dit doen alle broers, tot pijn uit de wereld gebannen is. Hoe mooi is dat? Dat is verandering. Dat is verbetering.'

 Andres' keel wordt droog.

 'Zoveel goedheid,' zoemt zijn rechterschouder.

 'Zoveel,' herhaalt zijn linkerschouder.

 De cabine is één en al blauw. Een spiegel klapt open naast het doorzichtige scherm.

 'Kijk en geniet,' zegt dokter Smith. 'Vanaf nu is uw naam Johnson. Tom Johnson.'

 Andres/Tom ziet in het glas hoe zijn haar grijzer wordt, zijn kin breder, zijn ogen bruin. Een baard groeit om zijn kin, bijna wit. Hij wordt groter. Hij moet zich een beetje bukken om goed in de spiegel te kunnen kijken. Tot zijn tevredenheid ziet hij een George Clooney-figuur voor zich. Zijn bovenlichaam is gespierder. Haargroei bedekt zijn borstkas.

 'Wij zijn niet langer bevroren. Wij pakken door zoals echte mannen doen,' zegzoemen Andres en zijn schouders.

 Smith bevestigt het: 'U bent inderdaad een man, een echte man, zoals allen in Bethesda. Verlaat de cabine. Het is tijd voor uw stage in het ziekenhuis, voordat u de wijde wereld in trekt en anderen de weg wijst naar deze hogere staat van zijn. Tot al onze breinen, wereldwijd, met elkaar verbonden zijn, en er vrede tussen ons allen – en de dingen! – heerst.'

Tom strijkt zijn labjas glad en veegt een pluisje van het bureaublad. Voor hem zit een nieuwe patiënt, Jean-François, stram op de stoel. De veertiger is vel over been. Hij heeft een gelige huidskleur die weinig goeds voorspelt. Zijn gelaat vertoont meer rimpels dan zijn leeftijd doet veronderstellen. Om hem hangt een aura van slapeloosheid. Op het bureau rust Jean-François’ linkerhand, als een dood dier. Zijn vingers gaan vreemd alle kanten uit.

 'Je me sens congelé,' mompelt hij. 'Je ne sais plus comment bouger. Je ne peux même plus penser.'

 'Maakt u zich geen zorgen,' zegt Tom met vaste stem, terwijl zijn smartphone alles meteen naar het Frans vertaalt. 'Wij ontdooien u wel, meneer Reee-shaaar. U bent nog steeds een man. Van brein tot hand en van hand tot brein. Daar waken wij over.'

 

Opmerkingen


bottom of page