top of page
logo Lowlands Fiction

DE KLOONKLAZEN OFTEWEL EEN SAMENZWERING VAN KLAZEN - FINN AUDENAERT

  • 16 mrt
  • 18 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 17 mrt


Pieter haastte zich door de brede straat in ‘s Mijterbosch. De eerste bladeren vielen en het was best koud. Dat was niet erg, wat telde was dat hij weinig volk zag. Hij hoopte maar dat hij zich goed vermomd had. Een blik op een winkeletalage toonde hem dat hij eruitzag als een doodgewone burger van Klaazistan, niet als werknemer van Kindervreugde Inc. Zijn baard zat onder een dikke sjaal verstopt. Voordat hij het steegje aan de aquariumzaak insloeg, keek hij links en rechts. Oef, er was geen kind te bespeuren. Hij mocht er niet aan denken dat een Gelovertje hem zou zien! Voor hen bestond er maar één Sint. Directeur van Myra dus, eigenaar van een multinational, en een helikopterfanaat – maar dat soort dingen wisten de kindertjes niet. Het Geheime Genootschap waarvan Pieter intussen drie jaar lid was sprak steevast heel vroeg ‘s ochtends af om precies zulke onaangename ontmoetingen te vermijden. Wie in de Sint geloofde lag om vijf uur ‘s ochtends prinsheerlijk te dromen in bed.

 Pieter klopte viermaal op de deur van een grauw rijhuis, volgens het afgesproken signaal. Een luik in de verweerde deur schoof opzij en een stel groene ogen staarde hem aan.

 ‘Zoekt de ongeruste kip haar verloren eieren,’ sprak een melodieuze stem.

 ‘Dan verdrinkt de haan zijn verdriet in Beieren,’ vulde Pieter snel aan.

 Het luik werd dicht geschoven en de deur ging krakend open. Pieter stapte binnen. In het rijhuis was het niet veel warmer dan op straat. Het Geheime Genootschap was er voorlopig niet in geslaagd veel geld te onttrekken aan Kindervreugde Inc, het bedrijf waarvoor alle leden van het GG werkten. De lonen waren laag en voor zover Pieter wist had het GG geen mannetje in de Dienst Boekhouding. Het was al een hele prestatie dat de samenzweerders zich op onopvallende wijze konden vrijmaken om hier af en toe samen te komen. Het hielp dat het bedrijf heel groot was.

 Pieter volgde licht mankend de oude portier door de gang. Zijn voet deed nog steeds pijn. Hij dacht terug aan zijn ongelukkige beslissing van de voorbije zomer.

 Twee maanden eerder had Pieter in zijn woonkamer met een hamer op zijn rechtervoet geslagen. Van de GG mocht hij het bootcamp absoluut niet missen: ‘Het is van groot belang voor de bescherming van Het Plan, medeklaas. Hoe je het ook regelt, zorg dat je er bent!’

 Pas na vier aftastende slagen had Pieter het op die treurige dag aangedurfd om stevig op zijn voet te kloppen. De pijn was ondraaglijk geweest. Zijn buren hadden hem naar de spoedafdeling van het ziekenhuis gebracht – vooral om van zijn vreselijke gekrijs af te zijn.

 Kindervreugde Inc had Pieter vier dagen vrijaf gegeven. Hij was naar het clandestiene trainingskamp in Stafwold, dicht bij de grens met buurland en erfvijand Kerstië, gereisd. Tot zijn spijt had hij zich ginds moeten beperken tot de theoretische cursussen. Hoe schudde je achtervolgers af? Wat moest je doen als je in het piepkleine ‘s Mijterbosch de immer wantrouwige meneer Wintervorst, de CEO van het bedrijf, tegen het lijf liep? Zulke vraagstukken had de lesgever behandeld, zodat je niet gearresteerd werd. Het was allemaal een beetje saai geweest. De pijnstillers hadden Pieter natuurlijk niet geholpen om geconcentreerd te blijven.

 De portier opende de kelderdeur en zei: ‘Goed dat het jou gelukt is om deze ochtend naar de vergadering te komen. Denk eraan je om te kleden. Fijn dat je er bent.’

 Pieter streek onzeker door zijn witte klazenbaard. De portier, ook een kloonklaas, werkte al een hele tijd niet meer bij Kindervreugde Inc. Hij was eruit gegooid, omdat hij stelselmatig speelgoed had gestolen voor een buurjongetje. De arme kerel wilde gewoon een kind om voor te zorgen, vermoedde Pieter. Waarom mochten kloonklazen geen vaders zijn? Pieter liet zijn blik over het grijze haar van de man glijden.

 De portier was de enige die de identiteit van alle samenzweerders kende. Het GG kon niet het risico lopen dat een buitenstaander de vergadering bijwoonde. Natuurlijk, als de man ooit gearresteerd werd, dan vreesde Pieter dat de gevolgen niet te overzien waren.

 ‘Ja, ik vind het ook leuk om jou te zien, oude vriend. Ik hoop dat we vandaag Het Plan verder kunnen uitwerken,’ antwoordde Pieter.

 De man knikte Pieter toe en nodigde hem met een handgebaar uit om de trap af te lopen. Pieter griste van een haak aan de houten wand een paarse mantel met kap en een zwart masker mee. Hij gooide die over zijn burgerkledij en daalde af.

 Beneden zag hij hoe de aanwezigen zijn richting uit keken en een hand naar hem opstaken. Allen droegen dezelfde mysterieuze kledij als hij.

 De lage kelderzaal was met kaarsen verlicht. Pieter nam plaats aan de ronde tafel in het midden van de stoffige zaal. Hoewel er in geheimschrift notulen van elke samenkomst werden gemaakt, vergaderden de GG-leden op anonieme basis. Dat vond Pieter prima. Het mocht achteraf niet duidelijk zijn wie welke opmerking had gemaakt. Zoiets zou tot irritatie leiden, want niet iedereen was dezelfde mening toegedaan over hoe het GG nu precies Het Plan moest uitvoeren. Alles wat overeenstemming in de weg stond, moesten de samenzweerders vermijden. Nijd en woede waren hinderpalen.

 Aan de andere kant van de tafel hoorde Pieter de leden zacht met elkaar praten. Over stemherkenning hoefden ze zich alvast geen zorgen te maken. Omdat de kloonklazen dezelfde stem hadden, waren geluidsvervormers overbodig.

 Pieter schoof ongemakkelijk op zijn stoel en gaapte. Gisteren was het druk geweest in fabriekshal drie van Kindervreugde Inc. Hij had de tweede shift gedaan, van zes uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds. Nadien had hij in de bedrijfscafetaria wat slappe speculaas gegeten. ‘Houdbaar tot 2019’ had hij tot zijn ergernis op de verpakking gelezen. De kloonklazen werden niet als gewone werknemers behandeld. Dat vond Pieter onaanvaardbaar. Ze kregen troep te eten en ze werden bovendien afgejakkerd omdat kloonklazen volgens het bovenkader alleen voor productiedoeleinden bestemd waren.

 Hij grimaste toen hij aan de kille bedrijfsfilosofie dacht. Directeur van Myra wilde dat je blij was, omdat hij je met hulp van zijn laboranten geschapen had. Je moest ook dankbaar zijn dat hij je toestond om je in de buitenwereld te wagen en jezelf een undercoveridentiteit aan te meten. Dit laatste vergde heel wat creativiteit, maar de kloonklazen trokken zich uit de slag. Zo goed en zo kwaad als het ging, veranderden ze met kleine ingrepen tijdelijk hun uiterlijk. Ze gebruikten schmink, gekleurde lenzen, pruiken enzomeer. In de fabriek moesten ze er dan weer allemaal uniform uitzien. Verschrikkelijk.

 Terwijl hij de mensen om de tafel telde, dwaalden Pieters gedachten af. Kloonklazen mochten trouwen. Dat was een heel gedoe natuurlijk, met die dagelijkse verkleedgewoonten. Wat de zaken nog meer bemoeilijkte, was dat kloonklazen onvruchtbaar waren. Directeur van Myra verbood hun echter adoptie en pleegouderschap. Ook de CEO, meneer Wintervorst, en de COO, meneer Immervooruit, waren absoluut tegen het ouderschap van de kloonklazen gekant. Contact met kinderen mocht volgens hen alleen binnen de werkcontext gebeuren, en dan nog enkel van midden november tot zes december. Hoe wraakroepend was dat! Pieter voelde stevige hoofdpijn opkomen. Hij hoopte op krachtige beslissingen, vandaag. Meer mogen, minder moeten – daar ging het om. Men moest de kloonklazen als volwaardige burgers behandelen.

 Met de hamer – niet zo’n zwaar type als Pieter een paar maanden geleden thuis had gebruikt – werd de bijeenkomst in de kelder plechtig geopend.

 ‘Waarde medeklazen,’ zo sprak de voorzitter, die als enige om zijn zwarte kap een geel lint droeg, ‘laat ons dit samenzijn feestelijk openen met ons strijdlied.’

 Uit achttien kelen klonk het welluidend …

 ‘Op glimmende daken, in nauwe schouwen magische plekken waar we zo van houwen op een zacht tapijt in ‘t kinderbastion vind je kloonklazen, werkend zonder pardon duchtig aan de slag voor jouw pluuuuuuuuuuuuuuh zie hie hie hie hie hie hier.’

 Gelukkig was de kelder geluiddicht. Er was nog wat werk aan de eerste strofe, meende Pieter. Hij vond zijn klazenbaan niet meer zo leuk, maar hij wilde de kinderen ook niet afvallen. Meer zelfs, het welzijn van de kinderen ging vóór alles. Er moest toch een manier zijn om de kinderen vreugde en de kloonklazen een waardig leven te bezorgen? Pieters hart ging meer uit naar de tweede strofe, het zogenaamde strijdcouplet.

 ‘Klazen hebben rechten, klonen is geen grap waarom zijn onze werkuren nou zo krap laat klazen zorgeloos glijden naar benee met hulp van flexwerkers, gun ons onze pree wanneer mogen we eindelijijijijijijijijijk op pensioe oe oe oe oe oen?’

 ‘Ahem!’ De voorzitter schraapte zijn keel. ‘We beginnen met de goedkeuring van het verslag van vorige maand. Heeft iedereen het rapport en de acht bijlagen goed ontvangen en gelezen?’

 Pieter zag de dikke bruine enveloppe, die drie weken geleden onder zijn deurmat lag, nog voor zich. Het was weer een hele hoop leeswerk geweest. Hij stak net als de andere klazen vermoeid zijn hand in de lucht.

 ‘Zijn er correcties nodig, heren?’

 Niemand zei iets. Pieter vroeg zich af of de GG leden zich na al die tijd herinnerden wat er in het verslag, laat staan in de bijlagen, stond. Alleen het hernieuwde veiligheidsprotocol van wel elf bladzijden was Pieter bijgebleven. Hun samenzwering mocht vooral niet ontdekt worden, dus alles wat met veiligheid te maken had, kreeg zijn aandacht. Het Plan moest slagen!

 ‘In dat geval keur ik het verslag van vorige maand goed,’ ging de voorzitter monotoon door. ‘Agendapunt één. Hoe zit het met de update van ons interne communicatiesysteem, medeklazen? We kunnen toch niet met enveloppen blijven werken … Dat is te opvallend. Is er intussen een IT’er gevonden aan wie we dit delicate klusje kunnen toevertrouwen?’

 De saga van het communicatiesysteem duurde intussen al drie vergaderingen. Hemeltje. Pieter vond dat alles zo traag vorderde. December leek nu, zo vroeg in de herfst, ver weg voor iedereen, dat was wellicht de oorzaak. Het duurde waarschijnlijk nog een hele tijd voordat de kloonklazen tot de kern van de zaak kwamen. Het was tijd voor een pauze, besliste Pieter.

 Hij tikte zo onopvallend mogelijk met een witgehandschoende vinger op het knopje in zijn oor. Dat ging best moeilijk, want zijn zware kap zat in de weg. Zijn buurman – afgaande op zijn lijfgeur ging het wellicht om Maarten van de Dienst Administratie – keek na een poos verstoord naar hem. Wat een rare snuiter was die Maarten toch. Hoorde hij misschien waar Pieter naar luisterde? Het was beter om geen risico te nemen. Pieter draaide met zijn pink in zijn oor het volume van Mariah Careys ‘All I want for Christmas is you’, het nationale lied van Kerstië, naar beneden.

 ‘Oorontsteking,’ fluisterde hij Maarten toe. ‘Bijzonder vervelend.’

 Naar dit lied luisteren was een illegale daad, of je nu een kloonklaas was of een burger. Al die regeltjes … Ze konden Pieter aan zijn goedheilige reet roesten. De samenzwering bezorgde hem al genoeg stress. Als Het Plan mislukte, dan zou hij meteen naar Stafwold reizen en daar proberen om de landsgrens over te steken. Misschien was het leven ginds beter. Hij zag zichzelf wel rendieren verzorgen …

 ‘Make my wish come true all I want for Christmas is you’

 Pieter draaide zich wat van Maarten weg en stelde zich de fraaie rondingen van Mariah, ereburger van Kerstië, voor.

 Na een paar andere vrolijke kerstliedjes vatte Pieter weer moed en luisterde mee naar de debatten. Hij gaf zelfs zijn mening. De kloonklazen hadden het over de zesmaandelijkse brandoefening voor de ontruiming van de kelder. (‘Overbodig, de dood slaat sowieso ooit ongenadig toe.’)

 Ze bespraken de volgende ronde van de prijsvergelijking van stafmodellen met ingebouwde slaapgascapsule. (‘Model Dormido Tres vind ik wel wat hebben.’) Daarna hadden ze het over het aanpassen van het online feedbackformulier voor ouders. Hoe konden de kloonklazen uit de verstrekte data efficiënter conclusies trekken voor GG doelen? (‘Eh, aan die data hebben we helemaal niks.’) Verder stond de taakverdeling op Openbedrijvendag – vanzelfsprekend uitsluitend toegankelijk voor volwassenen – op de agenda.

 De voorzitter klopte driemaal hard op tafel. Aha, het moment was aangebroken! Pieter glimlachte. Eindelijk zouden ze Het Plan bespreken.

 ‘Beste vrienden,’ stak de voorzitter van wal, ‘op vijf december wagen we onze tweede couppoging. Na het fiasco van vorig jaar willen we dat de voorbereiding deze keer grondiger gebeurt. Klaas links van me, start de presentatie!’

 Op de witte muur achter Pieter verscheen een eerste beeld. Hij draaide zich kreunend naar de muur toe. Waarom zat hij altijd aan de verkeerde kant van de tafel tijdens de vergaderingen? Hij wist het wel: hij was een eeuwige laatkomer.

 Het beeld toonde een ezel en een groep mensen die op een dak stonden. Het beest stak zijn twee voorpoten in de lucht. Een knullig animatieeffect zorgde ervoor dat de wortel, die de ezel in zijn poten vasthield, ontplofte. Op het volgende beeld was te zien dat alle mensen die om de ezel stonden door het dak waren gevallen. De roerloze lichamen van Directeur van Myra en zijn raad van bestuur waren omgeven door dakpannen en bakstenen. De springstof zou natuurlijk niet echt in een wortel zitten – de kloonklazen hadden een veel betere plek voor ogen.

 Het was doodstil in de kelder. Pieter fronste. Zou dit nieuwe plan werken? Hij herinnerde zich maar al te goed hoe de aanslag vorig jaar was misgelopen. De lading springstof die de kloonklazen onder het zadel van Directeur van Myra’s paard gestopt hadden, was te klein geweest. Alleen het paard was ontploft en door het dak gestort. Het management was ongedeerd gebleven. En directeur van Myra zat die avond niet op het paard; hij had te veel last van jicht. Dit jaar zou de Directeur gebruikmaken van een van zijn vele ezels, dat stond vast. Hij had weliswaar overwogen zijn Sintokopter in te zetten. Maar de ouderwetse Sint in zo’n moderne Sintokopter? Dat was niet goed voor de public relations.

 Was het wel verstandig om ook dit jaar toe te slaan tijdens de plechtige inhuldiging van Sinterklaasavond? Zou het bedrijf geen extra beveiligingsmaatregelen nemen? Pieter begreep wel dat het om een unieke gelegenheid ging. Wanneer kreeg je anders alle hoge omes samen?

 De inhuldiging gebeurde steevast bij een arm gezin. Vorig jaar was de plankenvloer op de zolder van de uitverkoren familie zo verrot dat het kreng van het paard pardoes door de vloer was gevallen. Het logge beest was in de slaapkamer op meneer en mevrouw Roelandt Sietsens terechtgekomen. Hun zwart witportretten hingen sindsdien in de fabriekshallen van Kindervreugde Inc. De bloemen eronder werden wekelijks vervangen. Voor het paard van Directeur van Myra was op de binnenplaats van het bedrijf een groot standbeeld opgericht.

 De Directeur was erg gehecht aan zijn paard, dat wisten alle werknemers. Geen soortgenoot mocht het vervangen, het zou de man te veel pijn doen. Daarom wilde Kindervreugde Inc dit jaar tijdens de feestelijke opening een kloonezel inzetten. Dat dier zou het GG dus tot ontploffing brengen. Dit was een controversieel punt binnen het Genootschap. Mocht je een medekloon opofferen voor het welzijn van het hele kloondom? Pieter vond van niet. Elk kloonleven was heilig. Er moest een betere oplossing zijn, en die wilde hij nu met de andere samenzweerders uitwerken.

 Omdat de kwestie voor veel verdeeldheid zorgde werd het agendapunt telkens opgeschoven naar een volgende vergadering. Pieter meende evenwel dat het tijd was voor duidelijkheid. Hij stak zijn hand in de lucht.

 ‘Jawel, medeklaas?’ zei de voorzitter.

 ‘Is het echt noodzakelijk om de springlading aan de kloonezel te bevestigen?’ vroeg Pieter. ‘Kunnen we de springstof aan Directeur van Myra, aan de CEO of de COO bevestigen? Heeft iemand al nagekeken of we toegang hebben tot de kleedkamer van de Directeur?’

 ‘Helaas, mijn vriend, sinds de gebeurtenissen van vorig jaar zijn alle lokalen die voorbehouden zijn aan het bestuur streng beveiligd. Na de aanslag heeft de top van Kindervreugde Inc met man en macht naar verraders binnen het bedrijf gezocht. Al een geluk dat wij, slimme kloonklazen, erin slaagden om de schuld in de schoenen te schuiven van de Liga van Revolutionaire Atheïsten, de radicalen die Directeur van Myra zijn macht willen ontnemen. Helaas gaat het om een zootje ongeregeld. Wij moeten zelf het bedrijf onthoofden! Neen, waarde collega, een bezoek aan de stal is de enige mogelijkheid die ons rest. Wat is het leven van één kloonezel waard tegenover het welzijn van honderden kloonklazen? We moeten onze broeders een beter leven bezorgen. Als we niet keihard toeslaan, zal Directeur van Myra, of erger nog, zal zijn gewetenloze CEO onze levenskwaliteit jaar na jaar inperken.’

 Vele slides en een verhitte discussie later beëindigde de voorzitter de vergadering. Pieter had zich erbij neergelegd dat de kloonezel geslachtofferd werd. Het liep intussen al tegen de middag. Er zouden nu veel kinderen op straat zijn. Bovendien was Pieter heel moe. Hij kon maar beter een taxichauffeur bellen die geen lastige vragen stelde. Binnen het GG circuleerden telefoonnummers van chauffeurs die geen verblijfsvergunning voor Klaazistan hadden en dus niet moeilijk deden. Rondom Pieter werd al druk getelefoneerd.

 Drie kwartier later lag hij op zijn veldbed. De adrenaline gierde door zijn lijf. Over minder dan vier maanden zou de coup plaatsvinden. Hij raakte maar niet in slaap, dus dacht hij aan vroeger. Zijn vrouw had hem vlak na het bootcamp verlaten omdat hij geen kinderen wilde. Dat hij er geen kon krijgen, had hij haar niet durven te vertellen. Nu lag hij hier in de slaapkamer van zijn haast lege flatje. De rechter had de inboedel aan zijn vrouw toegewezen.

 Wat voor een privéleven had je als je zo beperkt was in je doen en laten? Maar Pieter mocht niet bitter worden. Sommige kloonklazen, duidelijk géén leden van het GG, gaven het gewoon op. Ze overnachtten bij Kindervreugde Inc en vulden hun vrije momenten met het spelen van tafeltennis, tafelvoetbal of darts in de ontspanningsruimte. Brrr, dat nooit, had Pieter lang geleden beslist. Hij zou vechten voor zijn rechten.

 

Vijf december, negen uur ‘s ochtends. Bij geheime loting was Pieter eergisteren aangewezen om de lading springstof aan de kloonezel te bevestigen. Wat een pech! Hij was met het uur nerveuzer geworden. Vannacht had hij slecht geslapen; tussendoor had hij vier keer het kleinste kamertje bezocht. Nu keek hij naar het gevaarlijke bolletje dat hem met spoed door een nietsvermoedende koerier bezorgd was. Angst, spijt, maar natuurlijk ook ontevredenheid over zijn leven, dat hij nog slechts als een gevangenis kon beschouwen. Al die emoties vochten om de overhand. Hij haalde een nieuwe rol toiletpapier uit de kast en besliste om Het Plan uit te voeren. De aanslag zou vandaag gebeuren. Bepaalde opofferingen waren nu eenmaal nodig; hij moest denken aan het welzijn van de andere kloonklazen.

 Twaalf uur ‘s middags. In de stal heerste grote drukte. De kloonezels voelden maar al te goed dat dit hun dagje was. Het hele jaar hadden ze geoefend op pakjes dragen, op daken klimmen en vooral op heel stil zijn. Op dit ogenblik balkten ze echter dat het een lieve lust was. Pieter zette zijn draagtas neer en aaide enkele kloonezels. Hun vertrouwen was absoluut. Hij slikte moeilijk. Diep in de stal zag hij er eentje met een gele bloemenkrans om de hals. Dit was het uitverkoren exemplaar; het dier zou het bestuur van Kindervreugde Inc bijstaan tijdens de plechtige opening van Sinterklaasnacht.

 De ceremonie zou dit jaar plaatsvinden op het dak van een kindertehuis dat na een herfststorm recent verbouwd was. In november was een kloonklaas vermomd als bouwinspecteur het tehuis gaan keuren. Het nieuwe dak was stevig genoeg. Er zouden deze keer geen onschuldige slachtoffers vallen.

 Een kloonezel duwde zijn snuit zachtjes in Pieters rug. Hij schrok op uit zijn overpeinzingen en stapte resoluut naar de kloonezel met de bloemenkrans. Het dier was zich duidelijk van zijn plechtige taak bewust, want het was in een opperbeste stemming. Pieter stak het een klontje suiker toe met een hoge dosis valeriaan erin. Het arme dier zakte al gauw door zijn poten. Pieter haalde voorzichtig de lading springstof uit zijn draagtas, stroopte zijn mouw op en ontrolde de plastic hoes over zijn arm. Die vette hij vervolgens stevig in. Even later stopte hij het bolletje met de grote springkracht diep in de ezel. Bah, een vies werkje.

 Achter de stal lag een beek. Pieter sloop het lage gebouw uit en liep langs de schaduwzijde naar het stroompje. De plastic hoes slingerde hij onderweg kokhalzend de struiken in. Hij keek schichtig om zich heen. Niemand te zien. Zelfs de beveiligers moesten ‘s middags eten … Hij boog zich voorover en waste zijn handen, armen en gezicht in het water.

 Tijd nu om terug te keren en de ezel een constiperende pil te laten slikken. De voorkant van het dier stonk al evenzeer als de achterkant – had hij dat daarnet dan niet gemerkt? De zenuwen, wellicht. Pieter had zich beter pas hierna gewassen … Hij opende met lichte tegenzin de bek van het dier. Plop – de ezel zou in elk geval de komende uren niet poepen.

 Elf uur ‘s avonds. Pieter zat op het veldbed in zijn flatje en keek aandachtig naar het scherm van zijn smartphone. Het GG had verdoken camera’s opgesteld rondom het kindertehuis. Op het dak was afluisterapparatuur geïnstalleerd. De resolutie van de camerabeelden was helaas maar zo en zo. Pieter vervloekte de schrale fondsen waarover het GG beschikte.

 Als alles volgens plan verliep, konden de kloonklazen straks van een welverdiende rust genieten en zich helemaal aan hun partner wijden. Zou Pieter nog iemand ontmoeten met wie het klikte? Hm, het had geen zin om daarover te speculeren – wie weet hingen er in de ezelstal óók camera’s en werd hij binnenkort gearresteerd. Hij dacht weer aan de andere kloonklazen. Wie weet konden sommigen onder hen kinderen adopteren en gelukkig worden.

 Pieter zag op de camerabeelden hoe Directeur van Myra met moeite recht bleef op de ezel. De jicht had hem er dit jaar niet onder gekregen. Er stond een stevige wind op het dak. De galajurk van mejuffer Adelheid d’Acoste, de oude vrijster die na de aanslag van vorig jaar als het nieuwe Hoofd Veiligheid was aangesteld, wapperde omhoog.

 De Directeur haalde een rol perkament uit zijn lange rode mantel en las voor: ‘Geachte bestuursleden, bij deze verklaar ik Sinterklaasnacht voor geopend. Terwijl kloonklazen op het punt staan om overal in Klaazistan cadeautjes te bezorgen, hebben wij de eer en het genoegen om de bloedjes van Tehuis Weltevree op te vrolijken. We hebben voor alle wezen zorgvuldig een geschenk gekozen dat hun diepste zielenwens weerspiegelt. Meneer Wintervorst, aan u valt als CEO de eer te beurt om de zak te openen.’

 De COO, meneer Immervooruit, schoof gedienstig de zware zak over de pannen naar meneer Wintervorst toe. Die laatste keek zoals steeds streng, zag Pieter. De CEO straalde een natuurlijke vorm van gezag uit, veel meer dan de anderen op het dak.

 Meneer Wintervorst had nog maar pas theatraal in de zak gegraaid of een vreemd geluid weerklonk. De man moest wel over stalen zenuwen beschikken, want hij keek zo neutraal mogelijk naar beneden. Pieter keek dezelfde richting uit. Hij zag op zijn schermpje iets dat leek op een dunne en donkere streep met hier en daar wat brokken op het dure pak van de CEO. Het leek wel alsof de resolutie van de beelden verbeterde naarmate de aanslag vorderde.

 ‘Hé, wat is er aan de hand?’ vroeg meneer Wintervorst.

 De bestuursleden keken elkaar aan. Een gorgelend geluid klonk boven de gierende wind uit. Pieter hoorde het nog net. De drie heren keken tegelijk naar mejuffer d’Acoste. Het Hoofd Veiligheid braakte in de schoorsteen. Pieter wist niet of hij moest lachen of huilen. Jazeker, dit was een komisch zicht. Maar waarom kwam er geen schot in de zaak? De voorzitter van het GG moest nu op het knopje van de afstandsbediening drukken. Ach, hij was altijd al te traag geweest.

 Pieter zag hoe meneer Wintervorst naar de kloonezel keek en vloekte. Het dier kermde. Onder zijn staart lag in een vieze brij de oorzaak van de stank. Meneer Immervooruit deed zijn naam alle eer aan en liep naar de ezel toe. Schijnbaar wilde hij het zaakje onderzoeken. Hij zette evenwel een verkeerde stap, gleed uit in de plas en kukelde onherroepelijk het dak af. Het bolletje rolde achter hem aan en kwam door de schok in de tuin tot ontploffing.

 In het tehuis lichtten verschillende kamers op. Ramen zwaaiden open; Pieter hoorde het hoge geluid van opgewonden kinderstemmen. Directeur van Myra wees opgewonden naar de plas op het dak en zwaaide vervolgens hulpeloos met zijn armen. Hij zei iets tegen meneer Wintervorst, maar Pieter begreep het door het ruisen van de wind niet. Een voertuig kwam links boven Tehuis Weltevree in beeld.

 ‘De Sintokopter – hij moet al die tijd vlakbij geweest zijn,’ fluisterde Pieter, alsof iemand naar hem luisterde in zijn eenzame flatje.

 Hij keek gefascineerd naar het scherm. Even later hing de geluidloze zwarte helikopter, een exemplaar dat Kindervreugde Inc van de CIA had gekocht, boven de bestuursleden. Een touwladder werd uitgerold, de bestuursleden verlieten een voor een het dak. Alleen de balkende ezel bleef achter.

 Pieter borg zijn telefoon op. Hij had genoeg gezien. De aanslag was ook dit jaar in het honderd gelopen. Er zouden ernstige gevolgen zijn. Toch voelde hij een zekere opluchting. De ezel was niet door zijn toedoen gestorven. De dood van meneer Immervooruit was wel voorzien, maar was gewoonweg onvoldoende. Had het explosief ook een of twee andere bestuursleden gedood, dan had de coup kans van slagen gehad. Maar nu …

 

Acht december. Het was drummen in de kleine ontspanningsruimte van Kindervreugde Inc. De kloonklazen waren bij wijze van spreken op elkaar gestapeld. Er was zo weinig ruimte dat de tafelvoetbaltafels naar het archief waren verhuisd en dat de tafeltennistafels opgeklapt tegen de muur stonden. De dartborden hingen er verweesd bij. Het veiligheidspersoneel had de pijltjes verwijderd. Pieter keek om zich heen. De andere kloonklazen stonden net als hij te rillen in hun ondergoed. Deze ochtend had iedereen een bord kippensoep gekregen. Dat was de enige maaltijd van de dag. De verwarming stond erg laag.

 Geen enkele samenzweerder was aan de wraak van het bestuur ontsnapt. Mejuffer d’Acoste was met een technisch team nog tijdens de nacht van de coup naar het dak teruggekeerd. Het team had ontdekt waarheen de camerabeelden in eerste instantie gestuurd werden. Veiligheidslui van Kindervreugde Inc hadden daarop het grauwe rijhuis een bezoek gebracht en de portier meegenomen voor ondervraging. De oude man had lang stand gehouden, maar was uiteindelijk toch overstag gegaan tijdens de ondervraging. Pieter had daar begrip voor.

 Een aantal kloonklazen had zich manmoedig verzet toen het veiligheidspersoneel bij hen thuis kwam aankloppen of hen op andere plekken gevangen nam. Het waren deze klazen die ontbraken in de ontspanningsruimte. Pieter durfde er niet aan te denken wat er met hen gebeurd was. Zelf was hij het langst uit de handen van Kindervreugde Inc gebleven. Uiteindelijk had een verkeerscamera op weg naar Stafwold zijn gezicht herkend. Dat was het begin van het einde geweest.

 De intercom sloeg krakend aan in de ontspanningsruimte. Pieter herkende de boze stem van mejuffer d’Acoste.

 ‘Aandacht. Aandacht. Jullie status in het bedrijf is veranderd naar permanent ziekteverlof. Wegens jullie labiele geestestoestand acht Kindervreugde Inc het veiliger om jullie ter plekke de gepaste medische zorgen toe te dienen. Op de ondergrondse verdiepingen wordt momenteel voor elk van jullie een kamer met de nodige voorzieningen voor een lang verblijf in gereedheid gebracht. Uit de aanslagen blijkt dat klonen na enkele jaren niet meer naar behoren functioneren. Ze brengen zichzelf en hun omgeving in gevaar.’

 Pieter voelde de bui hangen. Hij woelde nerveus door zijn baard.

 ‘Hiermee is duidelijk dat de maatschappelijk aanvaarde rol die jullie de voorbije tijd vervulden, is uitgespeeld. Kindervreugde Inc had gehoopt dat jullie een wetenschappelijk verantwoorde oplossing konden bieden op de dringende vraag van de samenleving om niet langer mensen van vlees en bloed in te schakelen als hulp van Directeur van Myra. De baan werd als te zwaar ervaren door gewone arbeiders. Wij zijn genoodzaakt om op onze stappen terug te keren en een interimkantoor in te schakelen voor het komende werkjaar. De zware kosten die dit met zich meebrengt worden op jullie verhaald. Jullie huizen staan te koop en jullie bezittingen worden binnenkort per openbaar opbod verkocht. Denk eraan, als klonen hebben jullie geen recht op juridische vertegenwoordiging. Zo meteen gaat het licht uit. We bevelen jullie ten zeerste aan om te gaan zitten en rust te nemen tot de ziekenkamers klaar zijn.’

 Tot zover het ambtelijke taaltje van mejuffer d’Acoste. Het spel was uit. Pieter staarde ontmoedigd naar de grond. Tussen zijn voeten lag een wit tafeltennisballetje. Het leek wel een wrede herinnering aan de gebeurtenissen op het dak.

 Pieter aarzelde niet. Hij stopte het balletje in zijn mond en slikte het met veel moeite door. Sinterklaasnacht zal nooit meer hetzelfde zijn, dacht hij net voordat alles zwart werd.

 

Opmerkingen


bottom of page