DE BIBLIOTHEEK VAN BARON ALEXANDRE - PATRICK BERNAUW
- 28 mrt
- 5 minuten om te lezen

Een korte versie van dit verhaal werd, met postkaart, opgenomen in het boek Groetjes uit de Vierde Dimensie (de Scriptomanen, 2026). Dit verhaal is ook opgenomen voor de podcast Mysterieus België, terug te vinden op alle podcast platforms als Spotify, Apple Podcast, Podimo enz…
Deze postkaart vond ik op de beroemde vlooienmarkt van La Batte in Luik. De weelderige, ouderwetse bibliotheek met de torenhoge boekenkasten en het rijkelijke patroon van het tapijt op de grond trokken meteen mijn aandacht. In het midden: een bureau, bedolven onder stapels papieren en boeken, die ten overvloede wezen op de aanwezigheid van een geleerde of verzamelaar. Rechts, in een hoge leunstoel: een bleke, onbeweeglijke figuur – vermoedelijk baron Alexandre. Zijn houding en het schaduwrijke licht deden hem lijken op een wassen beeld of zelfs een lijk. In de deuropening achter hem waren nog meer boekenplanken te zien, die het gevoel versterkten dat de foto was genomen in een eindeloos bibliotheek labyrint zoals ik dat kende uit het werk van J.L. Borges of Umberto Eco – een doolhof van lang vergeten kennis. Het geheel was getint in rood en geel. De kleuren creëerden een verschroeide, helse gloed aan de randen – alsof de foto was aangetast door de tand des tijds of gewoon door vuur. Het onderschrift luidt aldus: ‘Le baron Alexandre (1769-1859), parfaitement conservé jusqu’à ce jour.’
Ik ga nooit naar iets op zoek, in de stellige overtuiging dat een onderwerp voor een verhaal mij wel zal vinden. Ergens in een bibliotheek werd, heel zacht, een bladzijde omgeslagen. Door de wind?
Baron Alexandre. Het internet was spaarzaam met informatie: ik vond een Britse schrijver en scenarist met die naam, maar hij werd geboren in 1917 en overleed in 1999. Er was een Alexander, Baron von Bach (1813-1893), een Oostenrijks politicus. En ook baron Alexander von Humboldt, Pruisisch natuurvorser en ontdekkingsreiziger. De geboorte- en sterfdatum kwamen overeen, maar ik betwijfelde dat hij perfect geconserveerd was gebleven.
Stoffige archieven behoren van oudsher tot mijn biotoop. Ik ontdekte een vergeeld krantenstukje, een vermelding in een inventaris van particuliere bibliotheken, een voetnoot over ‘een uitzonderlijke conserveringstoestand’ waarover niemand verdere details wilde verstrekken… Steeds dook daarbij dezelfde Belgische stadje op in de provincie Luik – specifieker hoeven we niet te worden.
Ik belde de beheerder van de particuliere bibliotheek en sprak Frans, uiteraard – maar hij antwoordde me in het Nederlands, en klonk eerlijk gezegd allerminst verrast.
‘Patrick Bernauw? Van Mysterieus België, de podcast? Ik heb net uw autobiografie gelezen, Een magisch-realist in Mysterieus België. Jaja, komt u maar langs.’
Het herenhuis stond iets terug van de straat, achter een hek dat piepte als een muis in de val. Binnen dempten de tapijten die ik al had gezien op de postkaart alle geluid. De beheerder, perfect tweetalig, leidde me meteen naar de bibliotheek: de hoge rechthoekige ruimte vol boekenkasten die mij ook al bekend was. In het midden de schrijftafel, links de – lege – fauteuil waarin baron Alexandre had gezeten tot in het uur van zijn dood.
‘In 1859,’ zei de beheerder zacht. ‘Enfin, officieel dan toch.’
Ik zette mijn iPhone in opnamemodus en ging zitten. Niet in de fauteuil van baron Alexandre, maar op de stoel achter de schrijftafel. Het was alsof de ruimte herkende wat ik had meegebracht: de postkaart werd perfect gespiegeld door het origineel, of vice versa.
Het gerucht wilde dat baron Alexandre daar in zijn fauteuil nog steeds in de boeken zat te lezen uit zijn fameuze collectie metafysica, waarvan hij geen afscheid kon nemen. De baron werd beschouwd als een autoriteit op het vlak van het panpsychisme, de filosofische leer die stelt dat wat de materie haar vorm geeft – of alle samenstellende delen van de materie –, leeft en bezield is, een bewustzijn bezit. Dit geldt ook voor de kosmos, die bijgevolg niets anders kan zijn dan een organisme. Voor panpsychisten hebben niet alleen mens en dier, maar ook planten en anorganische elementen een vorm van bewustzijn. En dus moet alle materie van psychische aard zijn, waardoor het mogelijk wordt voor de menselijke geest om zich met substantie te identificeren zoals substantie dat met de geest kan doen.
In 1859 mocht baron Alexandre dan officieel overleden zijn, nog tot op zijn minst 1881 zou hij in levende lijve zijn ‘waargenomen’. Er was zelfs sprake van zijn betrokkenheid bij de stichting van een Metafysisch Genootschap dat jaar, in Brussel.
‘Baron Alexandre,’ sprak ik tot mijn iPhone. ‘Als u hier nog steeds zit te lezen, laat mij dan één bladzijde meelezen.’
Waarna ik deed wat ik altijd doe in dit soort omstandigheden: luisteren. Er kwam geen wierook aan te pas, er werd geen Latijn gepreveld, er was alleen stilte waarin zelfs een ademtocht zich zou verraden. Na drie minuten: een kleine temperatuurdip naast de fauteuil. Mijn iPhone registreerde onverdroten voort. De bibliotheek had iets van een mond die nog even niet wilde praten maar wel wilde lezen.
Ik las het onderschrift hardop, nu in het Nederlands: ‘Baron Alexander (1769–1859) perfect bewaard tot vandaag.’
Toen hoorde ik heel duidelijk het droge, onmiskenbare ritselen van een pagina. Nochtans was er nergens een open boek te bekennen. De beheerder schraapte zijn keel bij wijze van excuus voor een geluid dat hij níet had gemaakt.
‘Baron,’ zei ik ferm, ‘u hebt me een ansichtkaart gestuurd. Ik leg ze op uw schrijftafel. Als u hier werkelijk aanwezig bent, mag u nu wel iets laten horen.’
Het bleef stil. Op de opname – later, thuis – bleek een EVP te horen, een Electronic Voice Phenomenon. Voor spokenjagers en in de parapsychologie zijn deze geluiden, aangetroffen op elektronische opnames en niet hoorbaar met het blote oor, niets anders dan de stemmen van geesten. Voor wetenschappers zijn ze voorbeelden van auditieve pareidolia – het interpreteren van willekeurige geluiden als stemmen in de eigen taal – of apophenia: het waarnemen van patronen in willekeurige informatie.
‘Niet zo… perfect…’ fluisterde daar iemand.
Maar dat hoorde ik dus niet toen ik het woord richtte tot de baron in zijn eigen bibliotheek.
De postkaart lag ondertussen nog steeds op zijn schrijftafel, al leek ze wel een paar centimeter opgeschoven te zijn. Alsof iemand ze even in de hand had genomen, bekeken, en daarna weer terug gelegd.
Achteraf dronken we koffie in de kamer van de beheerder. Hij vertelde me dat mensen al eens het gevoel hadden dat zij het waren die gelezen werden door de bibliotheek met zijn panpsychistische kern. Hun intiemste gedachten vormden niet langer een geheim voor de boeken die hen omringden.
‘En bijna iedereen vertrekt hier met een variante op dezelfde paar zinnen,’ voegde hij er nog aan toe.
‘En die zijn?’
‘Hij is nog steeds hier. Ik kon hem zien zitten in zijn fauteuil.’
Soms las hij een boek, soms zat hij erin te bladeren, soms staarde hij gewoon voor zich uit, roerloos, uitdrukkingsloos – maar steeds perfect geconserveerd.
Ik wierp nog een laatste blik op de bibliotheek. De fauteuil hield z’n vorm als het water van een vijver dat weigert te rimpelen onder de wind. De postkaart op de schrijftafel leek vanuit de deuropening op een venstertje; je zou erin kunnen stappen en aan een overkant uitkomen waar boeken zelf hun pagina’s omslaan.
Thuis hing ik mijn ansichtkaart een tijdje aan de muur in mijn werkkamer. Niets bewoog, niets spookte, de lucht bleef gewoon lucht. Maar elke keer dat ik er naar keek, ging ik wat trager lezen. Boeken legde ik neer met een kleine buiging, alsof iemand anders ze nog nodig had.
Wat er in de bibliotheek van baron Alexander gebeurde, is geen bewijs voor wat dan ook. De EVP kan best een auditieve hallucinatie zijn. En schrijvers nemen vaak patronen waar in willekeurige informatie. Dit is met andere woorden niets meer dan een verhaal dat zich aanbood in een zacht ritselen, een korte quasi fluistering, bij het onderschrift van een oude foto op een postkaart, gekocht op de beroemde vlooienmarkt van La Batte, in Luik.





Opmerkingen