top of page
logo Lowlands Fiction

ONDER WIELEN WIL IK STERVEN, TELKENS WEER - FINN AUDENAERT

  • 23 mrt
  • 3 minuten om te lezen

 

Ik sta halfweg op het zebrapad, adem moeizaam en wacht. Chauffeurs moeten de keuze krijgen, vind ik. Willen ze het of willen ze het niet? Sommige mensen zijn conservatief. Ze houden niet van gedoe. Dat begrijp ik. Uitwijken kan steeds. Voor mannen ga ik zelf opzij. Het is mij om vrouwen te doen, liefst mediterrane types met een grote zonnebril op de neus of, beter nog, in het haar. Helemaal lekker is het als ze in een monster van een SUV zitten. Mijn ultieme droom: een zwarte Audi Q7, bestuurd door een Portugese vrouw tussen achttien en vijfendertig jaar oud. Rijd mij omver, schat, je mag. Er is weinig verkeer vandaag. Ik koos nochtans voor een plek die als druk bekend staat. Half drie is een slecht tijdstip. De meeste kinderen zijn op school. De mama's halen later het grut op. Maar ik kies niet wanneer ik de aandrang voel. Ik loop amper een week weer op straat, met krukken weliswaar. Sinds gisteren kan ik ver genoeg hobbelen, tot een goed kruispunt. De vorige aanrijding heeft mij vijf maanden in het ziekenhuis gekost. Maar onze Ontmoeting was mijn lijdensweg waard. Esther Vandevelde heette ze, zo zag ik op het schadeformulier. Ik krijg overigens nergens meer een polis. Die tijd is voorbij sinds Esther. Wat een alledaagse naam. Ik vind dat wie een auto heeft, zijn naam in grote letters op de motorkap en de portieren moet kleven. Weten wie mij aanrijdt, draagt bij tot de totaalervaring. Ik heb een fotografisch geheugen. Elk moment van de Ontmoetingen koester ik. Het hele ''buiten-bewustzijn-gedoe'' is niet aan mij besteed. Ik blijf wakker, zelfs al baad ik in het bloed. De dames van de ambulance zien er beeldig uit in hun stoere pakken. Ze kijken heerlijk professioneel bezorgd. Daar hou ik van: als vrouwen bezorgd zijn, maar het is niet echt. Dat geeft je wat ademruimte als man. Die heb ik eerlijk gezegd nodig, met mijn beperkte longcapaciteit. Ik heb te veel klaplongen gehad in de loop der jaren.

 Er komt een Toyota mijn richting uit. Jammer, het is een Corolla. Ik schuifel van het zebrapad af. Er zijn grenzen. Ik wil niet op de kap van een ordinaire auto geschept worden. Al heeft deze obsessie mijn leven overgenomen, ik wens wat zelfrespect te bewaren. Want ik weet ook, dit is niet normaal. De Corolla scheurt langs mij heen. Een lelijke vijftiger schudt achter het stuur zijn vuist naar mij. Daar ben ik mooi aan ontsnapt. Hoe zei de antiheld het in een B-film die ik op televisie zag in het ziekenhuis? ´Well, I dodged that bullet.´ Dodges zijn trouwens prachtige wagens. Zo’n Ram tegen mijn edele delen, ik word hard als ik eraan denk. Er hoeft geen Amerikaanse griet in te zitten. Als zij uit pakweg (...) of (...) komt, is het al lang goed. Ik ben een Democraat: gelijke kansen voor bijna iedereen, en rare seks voor deze president.

 En daar ga ik, terug het zebrapad op. Streep na streep. Het rode licht aan de overkant daagt mij uit. Een jongen op het voetpad kijkt mij met grote ogen aan. Hoezo, ik moet het goede voorbeeld geven? Niets daarvan. Ik wil een Ontmoeting, liefst nog binnen het kwartier. Langer dan zes maanden zonder een aansnellende stalen grille, hou ik het niet uit. Ik laat mijn tong glijden over de tanden die mij resten. Wie maalt er om tanden? Zolang ik voldoende onderdelen heb om het verkeer in te gaan, heeft mijn leven zin. Ik richt een van mijn krukken naar de jongen en maak er stootbewegingen mee. Het rotjoch druipt af.

 Oh mijn God! Er draait een tientonner de bocht uit, ik hoor het aan de motor. Ik kijk de baan op. Zie ik daar, hoog gezeten... een zwartharige twintiger? Met volle boezem? En tattoos? Ik haast mij, voor zover mogelijk, naar het midden van het zebrapad. De chauffeur begint te toeteren. Wat een fantastisch geluid. Ik open mijn armen. De krukken vallen op de grond. Waar zal de bumper mij raken? Ik laat het weten vanuit... ik zie wel waar.

 

Opmerkingen


bottom of page