top of page
logo Lowlands Fiction

EIVOL - FINN AUDENAERT

  • 10 apr
  • 7 minuten om te lezen

Mark is completist. Daar is hij best trots op. Naast zijn voordeur hangt een plaatje.

 

‘Hier woont Mark De Jaeger.

Hij is de enige completist van Meerheim.

Hiervoor kan je niet studeren.

Je wordt zo geboren.’

 

Het plaatje is het enige opvallende aan zijn grauwe rijtjeshuis. Links van hem woont zijn ex-vrouw Saskia. In een experimentele bui besliste de rechter, dat ze hun huis na de scheiding in tweeën moesten verdelen. Moegestreden stemden ze toe. Haastig geplaatste wanden bleken definitief. Saskia plaatste een nieuw toilet. Mark een douche. Saskia had het fornuis. Mark de koelkast. Naast Saskia’s huis rijden treinen. Er staat een groot hek aan het einde van de straat, met daarboven een rol prikkeldraad. Completist zijnde stal Mark ooit deze rol en plaatste haar op de betonplaten rondom zijn gehalveerde tuin. Een huzarenstukje. De wijkagente kwam langs en liet Mark het prikkeldraad verwijderen. Zijn bloederige handpalmen werden tijdelijk gecompleteerd met een stel handboeien. Maar Mark leeft niet graag in het verleden. Zijn betonplaten heeft hij intussen van glasscherven voorzien. En op het hek aan het spoor prijkt opnieuw prikkeldraad. Dat is veiliger voor de kinderen van de familie Yildiz, die in het voormalige stationsdepot tegenover Mark en Saskia woont. Het jonge grut wil maar al te graag de rode vogels vangen, die nestelen in het struikgewas tussen het hek en het spoor. De familie Yildiz lijkt wel een dierenwinkel uit te baten: lapjeskatten, geadopteerde honden, twee aquaria en een overjarige schildpad in de tuin. Daar passen nog wel wat vogels bij … De felle kleur lokt, maar hek en prikkeldraad waken. Mark weet alles van deze rode kardinalen. Per slot van rekening zijn zij de enige buren die hem niet tot last zijn. De familie Yildiz feest ‘s zomers tot diep in de nacht. Barbecuegeur, jengelmuziek, blije mensen. ‘s Nachts ligt Mark urenlang wakker. Ja, er zijn de oosterse klanken die hem van de overkant bereiken. Maar de onrust zit vooral in zijn hoofd. Hij piekert over de vogels. Mark is namelijk niet alleen completist, hij is ook monomaan. Dat gaat vaak samen, zegt zijn huisdokter steevast bij het zesmaandelijkse bloedprikken. Ze kijkt dan altijd wat zorgelijk. Als de muziek te luid is of als het te warm is in zijn slaapkamer, verlaat Mark geeuwend het bed, klapt zijn laptop open en surft naar Wikipedia, waar hij de pagina van de Cardinalis cardinalis leest. Hij is een van de topbijdragers van ‘s werelds meest democratische encyclopedie. Hij houdt er een strak schema op na. Tussen de vervelende bezigheden door – de boodschappen, het huishouden, het afluisteren van Saskia’s telefoongesprekken aan de dunne scheidingswand – werkt hij elke dag nauwgezet een lemma op Wikipedia bij. Geen onvolkomenheid ontsnapt aan zijn arendsoog. Mechanica op maandag, informatica op dinsdag en ga zo maar door. Zijn verzetje op zondag, ornithologie, is aan het uitdijen tot een stevige tijdsbesteding. Waar hij vroeger het leven van bescheiden soorten zoals grasparkieten en zebravinken schetste, gaat Mark tegenwoordig helemaal op in de rode kardinalen. Drie jaar geleden streken de exoten uit het niets neer in het slaperige dorp.

 Mark houdt niet van ruzie. Completisten ontwijken conflicten, dat weet iedereen. (Zo heeft Mark het ook op Wikipedia gezet.) Toch komt hij steeds in discussies terecht. Het is onbegrijpelijk dat andere vogelaars maar niet willen geloven dat hij in Meerheim het ongedwongen gefluit van een wilde ondersoort hoort. Niet dat tamme gepiep van hun gekooide neefjes in Europa. Nee, het betreft hier duidelijk de veel nobeler Cardinalis cardinalis littoralis. Mark weet niet hoe vaak hij het nog aan die onbenullen moet uitleggen. Zijn buren fluiten een heel specifiek wijsje dat hij herkent van YouTubevideo’s gefilmd in Tabasco, een zuidelijke staat in Mexico. Mark heeft al vaker een geluidsfragment geüpload, maar het wordt steeds geweigerd ‘omdat de littoralis onmogelijk zo dicht bij een treinspoor nestelt’. Hoe moet het verder? Mark heeft al veel geprobeerd. Twee zomers geleden bracht hij de migratiepatronen van de littoralis in kaart. Hij kleefde toen dagenlang aan zijn laptop. Zijn dagelijkse updates op Wikipedia leidden tot een verbanning. Vorige zomer boekte hij een vlucht naar Tabasco. In Villahermosa nam hij meteen de trein naar de staat Yucatán. Na enig zoekwerk vond hij een lege wagon. Hij klauterde door een raampje het dak van de trein op. Urenlang lag hij daar, om zich heen spiedend. Het was volgens hem zeker mogelijk: een littoralis kon zich probleemloos op een trein laten meevoeren naar de rand van zijn natuurlijke broedgebied, wars van de luchtstromen waarop de stijfkoppen van Wikipedia hem vorige zomer hadden gewezen. Voor de rode wereldreiziger was het nadien een koud kunstje om in Puerto Progreso de boot te nemen, recht naar Meerheim!

 Mark houdt niet van half werk. Toen zijn theorie leek te kloppen, schrapte hij zijn terugvlucht. Er was geen tijd te verliezen. Hij haastte zich met de trein naar Villahermosa, dook zijn bed in voor vier uur onrustige slaap en verliet in het donker met vangnet en kooi het hotel. Na een uitzinnige nacht vol ingestudeerde lokroepen en ronddwarrelende pluimen had hij zijn prooien beet. Nog voor de middag lag Mark opnieuw op het dak van een treincoupé. Ditmaal in goed gezelschap. De fiere littoralis was op weg naar een nieuw thuis, willen of niet. Helaas! Nauwelijks had Mark zijn gekooide reisgenoten – de ironie ontging hem volledig – met behulp van een kleurrijke deken aan boord van een stomer gesmokkeld of de rotvogels zetten het op een gekweel van jewelste. Waarom wilden ze in hemelsnaam niet meewerken aan dit experiment? Agenten haalden hem van boord en namen de vogels weg. Beteuterd staarde hij de stomer na, die de Golf van Mexico opvoer. Hij moest zijn verdediging in het Spaans oefenen met enkele weinig bereidwillige celgenoten. Bij zijn terugkomst vroeg Saskia de scheiding aan.

 

Dit jaar nam Mark geen risico’s. Voor zijn nieuwe pet project hoefde hij niet ver te lopen. De oplossing bevond zich al die tijd onder zijn neus. Begin mei sloop hij ‘s nachts de straat door, gooide een afgedankt tapijt van de familie Yildiz op het prikkeldraad, en klom het hek over. De beestjes hadden niets door. Helemaal doof door het treinverkeer. Mark snelde op de struik af, graaide begerig in het nest en stal een van de blauwgroene eieren. Zo, de bordjes hingen weer gelijk. Dat zou de overijverige agenten in Mexico leren. Wat Mark wil, Mark krijgt!

 Nu breekt een tijd van koortsachtig wachten aan. Mark broedt het ei uit. Een diepgaande gedragsstudie van het jong in volle ontwikkeling moet iedereen overtuigen: de littoralis heeft zich wel degelijk in het land gevestigd. Hij ziet de kloeke vogel, die hij Victoria doopt, al wild in zijn keuken fladderen. Haar karakteristieke ‘Tsjieh!’ zal door zijn huis schetteren als ultieme bevestiging. Hij kan niet wachten om haar leven op film vast te leggen.

 Dagen verstrijken. Mark wijkt nauwelijks van het ei. Eerst is Mark nog trots. Kinderen heeft hij niet. Maar dan, op de zestiende dag, begint het hem te dagen. Het jong moest gisteren geboren zijn. Of eergisteren zelfs. Voorzichtig tilt hij het ei op. Hij bestudeert het langs alle kanten. In het licht van de warmtelamp tekent zich een schim af. Het jong zit nog volledig opgekruld. Kom nou, Victoria. Die nacht gaat Mark niet slapen. Vastberaden zit hij naast het ei, een kop koffie binnen handbereik. Eerst fluistert hij het ei toe: ‘Lief kind, toon je aan de wereld.’ Maar al gauw roept hij: ‘Breek uit, gebroed. Dit is wetenschappelijk onverantwoord!’ Saskia klopt op de scheidingswand. Het is kwart over drie. Mark moet zich bedwingen om geen koffie over het ei te gooien.

 ‘s Morgens ontwaakt hij op de kille vloer. Victoria! Hij krabbelt recht en kijkt gejaagd naar de keukentafel. Daar zit het ei. Geen beweging. Geen barstje. Maar … hij wrijft zich de ogen uit. Is het ei niet heel groot geworden vannacht? Aarzelend grijpt hij het. Oef, bijna laat hij het vallen. Zo zwaar is het geworden. Victoria past nauwelijks nog in zijn hand. Hij zet het ei neer, staart en blijft staren. Groeit het ding daadwerkelijk voor zijn ogen? Mark grijpt zijn notitieboekje en begint heftig te pennen.

 

Een week later. Er wordt voor de tweede keer aangebeld. Dat moet de pizzakoerier zijn! Mark haast zich door de gang; zijn open hemd, waarop nog restanten van eerdere take away-maaltijden zitten, fladdert als een smoezelige cape achter hem aan. Hij rukt de voordeur open. ‘Ja,’ zegt hij hees, ‘de quattro stagioni is voor ons.’ De geur is onweerstaanbaar. Voor de koerier iets zeggen kan, grijpt Mark de doos en sluit de jongen buiten. ‘Hier is onze maaltijd, liefje,’ koert hij. Vol verlangen gaat hij zitten voor de open keukendeur en neemt een stuk uit de doos. Hij aarzelt niet. ‘De rest is voor jou. Je hebt krachtvoer nodig.’ Het deurgat buigt naar buiten. De voet van het ei priemt de woonkamer in. Een pizzastuk zweeft door de lucht, kleeft aan de eierschaal en wordt langzaam geabsorbeerd. Lang kan het niet meer duren, denkt Mark. Oh glorierijke Cardinalis cardinalis littoralis, toon je in al je ongetemde grootsheid!

 De politie heeft een veiligheidscordon ingesteld. Enkele agenten zijn druk in gesprek met Saskia. Nu en dan wijst ze naar het reusachtige ei, dat door het dak van Marks rijtjeshuis is gebroken. Saskia’s huis is helemaal weggedrukt. De zijmuur is op het spoor gevallen. Het treinverkeer ligt stil. De voorgevel, die het ei nauwelijks nog omvat, dreigt te bezwijken. Op de drempel staat een nietige figuur. Hij kijkt de agenten strak aan. Zijn schriele armen heeft hij achter zich om het ei geslagen.

 ‘Meneer, verlaat uw huis en kom naar ons toe. De boel staat op instorten.’ De luidspreker schalt door de straat. Bij de familie Yildiz is het doodstil. Achter de ramen zijn verbaasde kindergezichten te zien.

 ‘Wacht, beste agenten. Zo meteen komt het ei uit. Alstublieft, neem uw smartphone. We moeten Victoria’s geboorte vastleggen!’

 Het ei begint te rommelen. De agenten halen hun dienstwapen boven. Mark laat het ei los en smeekt de agenten om de pistolen te laten zakken. ‘Ze heeft geen kwaad in de zin.’

 Een laatste groeischeut. Terwijl Mark onder de voet van het ei verdwijnt, draait hij het hoofd. De agenten vuren kogels af. Hij ziet nog net hoe het ei bloedrood wordt. De kleur van een wilde kardinaal, denkt hij.

 

Opmerkingen


bottom of page