top of page
Vraag & antwoord
Hier vind je een vaste reeks van tien vragen die we regelmatig aan een andere schrijver stellen. Heldere vragen over schrijven, keuzes en twijfel.
Met deze vragen leer je de schrijver echt kennen: wat hem of haar drijft, waar de motivatie vandaan komt en hoe het werk tot stand komt.
De opzet is simpel: steeds dezelfde vragen, steeds andere antwoorden. Zo ontstaat er een eerlijk en direct beeld van de mens achter de tekst.
Klik op de foto van de auteur en lees het verhaal!


21-04-2026 | Finn Audenaert
1. Wanneer besloot je serieus werk te maken van schrijven?
Als kind tekende ik avonturenstrips, als tiener dichtte ik. Deze gedichten zijn gelukkig niet bewaard gebleven! Rond mijn tweeëntwintigste deed ik dan een echte poging tot schrijven, met eerst korte verhalen en later een novelle. Maar pas in 2022, toen ik al vijfenveertig was, wilde ik er eens goed voor gaan zitten. Ik nam minder werkuren op en besteedde de vrijgekomen tijd aan schrijven – en uitsluitend aan schrijven. Dat jaar publiceerde ik zes korte verhalen, allemaal SF/F/H, en schreef er nog een vijftal andere. Vooral in november en december schreef ik soms wekenlang tien uren per dag. Gezond was het niet, wat mij dan ook in 2023 een fikse burn-out van vier maanden opleverde. In de zomer van dat jaar nam ik de draad weer op, met de eerste anthologie die ik mocht samenstellen, Niet van deze wereld, voor uitgeverij EdgeZero.
Vroeger schreef ik helemaal geen SF/F/H, pas bij mijn echte start in 2022 ging ik voor dat genre, en dat allemaal door mijn kennismaking met Frank Beckers en Patrick Van de Wiele van het online magazine Out of This World. Zo nam ik onder andere aan hun wedstrijd ‘Big Bang Kort’ deel.
2. Hoeveel van jezelf zit er echt in je verhalen?
In de SF/F/H die ik in 2022 en 2023 schreef heel weinig. Ik begon vaak met één zin (meestal de openingszin), één beeld of een titel. Daarna schreef ik wat in me opkwam en probeerde dit dan te polijsten tot een verhaal. Er kwam verbazend weinig persoonlijks in aan bod, wellicht omdat ik nog veel moeite had om een plot rond te krijgen. Een doorbraak kwam met het verhaal ‘Ben je dood?’ (ook bekend als ‘Philisterland’), een verhaal dat ik schreef naar aanleiding van een mislukte Kerstavond bij familie. Dit was een wel heel persoonlijke vertelling over familiale spanningen en donkere gedachten. Ik liet een vriend, uitgever Johnny Bekaert, voor wie ik de anthologie Bang voor spoken? mocht samenstellen, het verhaal lezen en vertelde hem dat ik een roman of verhalenbundel in die trant overwoog. Op basis van dat verhaal mocht ik dat boek, Geluk, dé handleiding, voor zijn uitgeverij, Poespa Producties, schrijven. Het werd autofictie: een genre waarin biografische elementen leiden tot fictie. Het schrijven van dit werk heeft veel bij me losgemaakt, zoals de verwerking van schuldgevoelens, het herontdekken van een kinderwens (ik bedoel de wens om een gezin te stichten) enz. Bijzonder is dat ik ontdekte dat een aantal van mijn wat latere SF/F/H-verhalen bleken gebaseerd te zijn op gevoelens en gebeurtenissen die aan bod kwamen in het eerste deel van Geluk, dé handleiding. Daarom nam ik ze ook op in dit boek. Een mooi voorbeeld is ‘Sauðburður’ (dit is de naam voor het seizoen van de lammeren in IJsland), een fantasy-verhaal over een man die zijn gezin in de steek laat om zijn geluk bij een andere vrouw, een soort geest, te beproeven. Maar hoe gelukkig zal hij zijn zonder zijn gezin?
Heel persoonlijke thema’s waarover ik vaak schrijf zijn rouw, schuld, bipolariteit, gezinsdynamiek, romantische relaties en seks. Dat soort werk publiceer ik meestal onder het pseudoniem Marius Vahlkamp, zo ook mijn roman.
Nadat mijn roman klaar was, streefde ik er meer naar om in mijn nieuwe SF/F/H-vertellingen persoonlijke elementen te stoppen. Dit lukt aardig.
3. Wat is het lastigste moment bij het schrijven: beginnen, doorgaan of afronden?
Beginnen is soms lastig door een gebrek aan tijd. Ik heb afwisseling en drukte nodig: ik werk graag aan verschillende projecten tegelijk, meestal anthologieën die ik samenstel. Dat leerde ik na mijn burn-out, nadat ik voortdurend enkel met eigen werk bezig was. De keerzijde van de medaille is dat ik slechts onder de druk van een naderende deadline (een wedstrijd, een bundel) aan nieuw eigen werk begin.
Doorgaan: bij een drietal verhalen ben ik komen vast te zitten. Ik heb die dan wel afgerond, maar niet tot mijn tevredenheid. Ik maak even abstractie van probeersels die ik in de kast heb liggen en waar ik geen waarde aan hecht. Maar ja, die verhalen die ‘af en niet af’ zijn, daar lig ik soms van wakker. Wie mij beter kent en soms met mij samenwerkt, weet dat ik bijvoorbeeld een SF-verhaal over een ezelskop in de ruimte heb (don’t ask!) dat ik maar niet goed krijg en dat ik ook helemaal zat ben.
Afronden: dit lukt me meestal aardig. Ik schrijf zelden met een vooraf uitgetekende plot. Heel vaak schiet het einde me op driekwart van het verhaal te binnen. Ik schrijf het dan uit en werk vanuit het einde terug naar het begin om de vertelling inhoudelijk hechter te maken. Hierdoor hoor ik wel van enkele lezers en recensenten dat sommige van mijn eindes a bit underwhelming zijn, een kritiek waarmee ik het eens kan zijn. Anderzijds leidt dit soort schrijven ook soms tot verrassende resultaten, met een twist die dan wel eens geslaagd is. Tegenwoordig werk ik af en toe eens met vooraf uitgetekende plots, behalve voor autofictie.
4. Welke reactie van een lezer is je het meest bijgebleven?
Een lezer die bipolair is liet me weten dat hij het bipolaire aspect van mijn verhaal ‘Gouden dagen’ uit Geluk, dé handleiding herkenbaar en authentiek vond. Dat betekent veel voor me, want ik vond het erg moeilijk om in mijn vertellingen ‘Gouden dagen’ en ‘De faalcoach’ (uit hetzelfde boek) zo concreet mogelijk weer te geven hoe ik zelf bipolariteit ervaar. Ik heb dan ook bijzonder veel tijd gestopt in het bijschaven van precies die twee verhalen. Ze liggen me na aan het hart.
5. Schrijf je eerst voor jezelf of denk je tijdens het schrijven al aan je lezer?
Ik schrijf vaak ‘in opdracht’: voor een thematische bundel of een themawedstrijd. Dan schrijf ik daadwerkelijk op thema en schrijf ik niet zozeer inhoudelijk voor mezelf. Het is dan niet zo dat ik specifiek aan een lezer denk, misschien eerder aan de samensteller of de jury. Waar mogelijk probeer ik wat van mezelf in het verhaal te leggen, maar vrij vaak is dat weinig tot niet het geval. Met die verhalen heb ik minder een band. De meeste ervan heb ik graag geschreven, maar ik kan je zó drie verhalen opnoemen die me helemaal niets deden bij het schrijven. Aan een lezer denk ik heel zelden bij het schrijven, omdat dit me inhoudelijk en stilistisch afremt. Heel af en toe zal ik bij de eindredactie nog specifiek met het oog op de lezer wat veranderingen aanbrengen. Ik vermoed dat je in deze vragenreeks vaak het antwoord zal krijgen dat auteurs vooral voor zichzelf schrijven.
6. Wat doe je concreet als je vastloopt in een tekst?
Ik ga met de hond wandelen en laat het verhaal los. Net dan vallen me kleine oplossingen in. Iets heel anders gaan doen helpt sowieso. Ik probeer de tekst niet ‘te forceren’, iets wat ik wel deed in bijvoorbeeld 2022, en dat leidde tot mindere resultaten. Beter is het om een tijd te stoppen met schrijven als je vastloopt in een tekst, dan om per se verder te willen doen.
7. Over welk onderwerp schrijf je het liefst, en waarom?
Dat situeert zich in de driehoek gezin, schuld en dood. Ik heb ook pas ‘onderweg’ gemerkt dat die onderwerpen vaak terugkomen – ik doe zoiets niet bewust. Ik volg al enkele jaren een cursus Creatief Schrijven, waar we vaak ad hoc iets schrijven, en zeker daar merk ik dat die onderwerpen steeds weerkeren. We worden allemaal gevormd door het gezin waaruit we komen, schuld is een gevoel dat bij mij sterk aanwezig is en de dood is een finaal gegeven. Zo basaal is het allemaal wel bij mij, lijkt me.
8. Is er iets waar je bewust niet over schrijft?
Nee, geen taboes.
9. Wanneer ben je tevreden over een tekst?
Zelden. Ik heb wel al vroeg in mijn schrijven de knop omgedraaid en gezegd: ‘Deze versie is goed genoeg voor “voorlopige publicatie”.’ Daarmee bedoel ik dat ik wel met de tekst naar buiten wil komen, online of op papier, maar dat dit me niet zal tegenhouden om later nog vele keren door de tekst heen te gaan. Als ik moet wachten tot ik een tekst helemaal goed vind, had ik misschien vijf tot tien verhalen gepubliceerd de voorbije jaren.
Wel is het zo dat als ik merk dat ik het he-le-maal gehad heb bij het herwerken van een tekst, als het dus echt niet meer leuk is voor mij als auteur, dat het dan stilaan werkelijk iets goeds wordt. Daarna moet ik opnieuw doordrukken tot ik aan de eindmeet ben. ‘Wat een leuk en spontaan schrijfproces, hoppa vlot in één worp’, leidt soms maar zeker niet dikwijls tot een goed resultaat. Veel vaker is het zweten.
10. Wat motiveert je om steeds weer opnieuw te beginnen aan een nieuw verhaal?
In ons leven hebben we vaak weinig grip op de gebeurtenissen. We zijn de speelbal van anderen, van toevalligheden, van omstandigheden. Niet iedereen heeft het beste met je voor. Als ik schrijf, heb ik daar geen last van. Alles komt uit mezelf, ik kan zaken bijsturen indien nodig. In mijn verhalen orden ik mijn leven en mijn wereld, via personages en world building. Mijn verhalen zijn voor mij eilanden van rust in de woelige zee die het dagelijkse leven is.
Dit zijn mijn recente uitgaven:
Marius Vahlkamp - Geluk, dé handleiding (roman, autofictie en SF/F/H)
https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-Geluk-de-handleiding.html
Finn Audenaert - Knipsels uit de Kosmoheraut (verhalenbundel, SF/F/H)
https://de-kremkoll.sumupstore.com/product/kremkoll-sf002-knipsels-uit-de-kosmoheraut
Finn Audenaert (samensteller) - Onwereldse sprookjes (anthologie)
https://www.amazon.nl/-/en/Finn-Audenaert/dp/9493096386
Finn Audenaert (samensteller) - Ivan van Ivan (anthologie, absurde en fantastische verhalen)
https://shop.bookmundo.com/nl-NL/book/22059089/ivan-van-ivan/PB
Finn Audenaert (samensteller) - De Wimpel (anthologie, fantasy in een middeleeuwse setting)
https://shop.bookmundo.com/nl-NL/book/22059582/de-wimpel/PB
bottom of page
