DE ALLERVREEMDSTE MANIER OM AAN JE EINDE TE KOMEN - THOMAS DE VRIES
- 1 jun
- 7 minuten om te lezen

uit de anthologie ‘Alice. Nieuwe avonturen in Wonderland’
Oppassen is niet altijd leuk. Alice kijkt een beetje stuurs naar Hatta, de baby in haar armen.
‘Stil nou, liefje,’ fluistert ze.
Is dit kind niet veel te jong om met haar alleen te worden gelaten? Nu ja, als Hatta’s moeder, de Gravin, het goed vindt … En dan is er nog het geld, natuurlijk.
Deze ochtend vond Alice een verrassing in de brievenbus: een fraai gekalligrafeerde uitnodiging van de Cheshire Cat voor een partijtje dammen die avond —veel interessanter dan de spelletjes schaak die in Wonderland worden opgehemeld. Alice zou er met veel plezier heen zijn gegaan, als ze niet even later bij de bakker had vastgesteld dat ze geen brood kon betalen. Dus moest ze aan de slag.
De eenvoudigste manier om geld te verdienen is oppas spelen. Wonderlanders blijven zelden thuis. Het avontuur lokt hen naar het Tulgey-bos, het Hartenpaleis, de kust en zoveel meer plekken. Hun kinderen laten ze meestal achter. Overal in het wonderlijke landje letten dan ook mens, dier en fabeldier op de dreumesen. De meest gevraagde oppas is de Beul. Hij is erg goed met kinderen en wordt rijkelijk betaald.
‘Ik zie de meeste Wonderlanders aan het begin en aan het eind van hun leven’ is een van zijn gevleugelde uitspraken.
Daarom moet Alice het doen met —en dat zegt ze met alle respect— de restjes: heel jonge kinderen, heel oude kinderen, stoute kinderen en, erger kan het niet, kinderen van arme ouders.
Terwijl ze Hatta langzaam in slaap wiegt, denkt Alice terug aan haar slechtste en beste ervaring als oppas.
Ooit lette ze een middag op de verschrikkelijke tweeling Tweedledinges en Tweedledattum. Die kids hadden geen gevoel voor mode, met hun oude-mannetjes-broeken en versleten schoenen. Toch lachten ze Alice uit om haar azuurblauwe jurk en witte muiltjes. Wat een gemenerds. Het bleef bij die ene oppasbeurt.
Dan viel haar dagje met Lily, de dochter van de Witte Koningin, veel beter mee. Alice speelde urenlang met het meisje in de rozentuin. O, was het ook nu maar hoogzomer!
De Gravin is een avondje uit, ondanks het slechte weer. Ze gaat met de Hartenkoningin naar een opvoering van The Murder of Gonzago, een stuk van Hagedis Bill, een veelbelovend jong talent uit een verre uithoek van Wonderland. Alice heeft al veel over het stuk gehoord. Iemand krijgt gif in zijn oren gegoten, stel je voor! Dat is een wel heel vreemde manier om aan je einde te komen. Wat zou eigenlijk de allervreemdste manier zijn om te sterven?
Alice schrikt uit haar gedachten op als de baby knort.
‘Toe dan, Hatta, slaap zacht. Ik heb geen zin om de hele avond met je in de weer te zijn. In de keuken ligt vast snoepgoed verborgen. Je moeder is niet erg gul; ik heb recht op een extraatje!’
Jammer genoeg trekt Hatta er zich niets van aan. Ze knort steeds luider, bovendien komt haar krulstaartje vanonder haar luier piepen. Alice hoort het de Gravin nog zeggen:
‘Als ze honger krijgt, wordt Hatta een varken. En ze heeft vaak honger …’
Ze dacht dat de Gravin het figuurlijk had bedoeld, maar ze had beter moeten weten. Hatta snuift met haar varkensneusje en laat tegelijk een windje. Bah, kinderen! En varkentjes!
Alice legt baby Hatta voorzichtig op de canapé en gaat in de keuken op zoek naar eten. Misschien vindt ze intussen wel chocolade, drop of een zuurstok. De Gravin is veel te laat naar het theater vertrokken; ze heeft Alice dan ook geen verdere instructies gegeven. Dus opent Alice kastdeuren en lades. Het duurt even voor ze een doos cornflakes vindt.
´Niemand op de weg eet dit, dus eet er allen van!´ staat erop.
Ze schudt het hoofd; zowat alles is een raadsel in dit konijnenland. Hoe ze ook zoekt, een fles melk ziet ze nergens. Het geknor in het salon zwelt alarmerend aan. Tijd om een besluit te nemen! Alice giet Niemandscornflakes in een kom, pakt een kan water en vult de kom tot de rand. Of Hatta dit lust, zal ze wel merken.
Tot haar verbazing lebbert het varkentje zo snel de kom uit dat het in een mum van tijd weer een mensenkind is. Dat is een pak van Alice’ hart. Ze heeft gehoord dat de Gravin twintig procent van het oppasloon afhoudt als ze bij terugkomst een dier in huis aantreft —de adel is behoorlijk gierig.
Na een boertje sluit Hatta haar ogen.
Eindelijk heeft Alice rust. Ze legt de baby in het bedje in de woonkamer en gaat opnieuw op zoek in de keuken. Net als ze de bezemkast opent hoort ze het klokje aan de voordeur luiden. Zou er iets mis zijn gelopen in het theater? Is er een acteur onwel geworden of … of … of echt vergiftigd? Alice is zo benieuwd dat ze snel als een Maartse Haas naar de deur rent.
Tot zowel haar blijdschap als haar teleurstelling —wat een verwarrende mengeling van gevoelens is dat— staat de Cheshire Cat op de drempel. Hij heeft een ruiker bloemen en een dambord mee en zegt:
‘Se la montagna non va da Maometto, Maometto va alla montagna.’
‘Ik spreek geen Kats, sorry,’ antwoordt Alice.
De Cheshire Cat zet zijn breedste grijns op, zwaait met zijn staart en laat die verdwijnen.
‘Het is een Chinees gezegde, lieverd. Het betekent niets meer dan ´Zet Mao niet op een berg, anders valt de berg op Mao.´ Eenvoudig, toch?’
Hij stapt het huis van de Gravin binnen en pleurt de bloemen in het zoetwateraquarium in de hal. De tropische vissen zwemmen alle kanten op.
Alice denkt het te begrijpen.
‘Als Humpty Dumpty op de muur gaat zitten, valt de muur dan op hem?’
Ze leidt hem de woonkamer in.
‘Jij slimme meid! Dat is precies hoe zijn oudere broer Clumpty Dumpty aan zijn einde kwam.’
De Cheshire Cat maakt een kattenkruis met zijn rechterpoot. Zijn linkerpoot lost kort in het niets op.
Ze gaan op de canapé zitten. Tussen hen in verschijnt de gestreepte kattenstaart weer. Alice blijft die trucjes geinig vinden.
‘Niet te luid praten, Chesh,’ zegt ze, ‘baby Hatta slaapt eindelijk. Over eindes gesproken, ik vroeg me daarnet af wat het allervreemdste levenseinde kon zijn.’
De Cheshire Cat rekt zich uit en trekt zijn scherpe nagels over het leer. Alice hoopt maar dat de Gravin de krassen op de canapé niet opmerkt.
‘Er zijn zoveel mogelijkheden,’ somt hij op. Hij legt het dambord op het salontafeltje. ‘Je rent door een konijnenpijp en die stort in. Je speelt poker met een Klaversoldaat en krijgt het met hem aan de stok. Je koopt vestknopen van de Oude man op het Hek, houdt niet van hun schelvisgeur en vraagt roekeloos je geld terug. Je laat je dopen door de Monsterkraai, maar verdrinkt in de doopvont. Je …’
Alice kijkt kritisch.
‘Dat vind ik allemaal erg doorsnee. Je hoort toch vaak over zulke gevallen.’
‘Dat Hobbelvliegpaard gaat niet op, meid! We kunnen ook dammen,’ zegt de Cheshire Cat.
‘Het spijt me, Chesh, ik denk dat het bizarder en bizarder kan. We zijn toch in Wonderland.’
De Cheshire Cat trekt een pruillip.
‘Soms denk ik dat je Wonderland een beetje overschat. Het is een leuke plek, maar op den duur heb je het wel gezien. Voor jou is het anders, want je woont hier nog niet lang, maar wij Wonderlanders vinden alles gewoon, en niets bijzonder.’
Daar kan Alice wel begrip voor opbrengen. Dan denkt ze aan het toneelstuk.
‘Is er ooit iemand gestorven door gif in zijn oren?’
‘MIAUW! Hoe erg is dat? Wie bedenkt zoiets? Nee, ik geloof niet dat we dat al meegemaakt hebben.’
De Cheshire Cat huivert. Hij tovert heel even zijn oren weg.
‘Ik toon het je.’
Alice verlaat de kamer en gaat een derde keer op zoek in de keuken. Nu vindt ze meteen wat ze hebben wil: op de tafel ligt een toneelfolder van papyrus. De Cheshire Cat is haar gevolgd en leest wat erin staat.
Als hij klaar is, zegt hij enkel:
‘Hagedis Bill is een echte weirdo. En waarom papyrus? Iedereen gebruikt tegenwoordig toch geplette paddenstoelen om boodschappen op te noteren?’
Tja, dat blijft een mysterie. Voor zover Alice weet, groeit papyrusriet enkel in Afrika. Misschien strekt Wonderland zich wel tot daar uit? Voor ze het kan vragen, slaat de Cheshire Cat op de tafel en roept:
‘Ik weet het!’
‘Sjjjt, Hatta slaapt. Wat-’
‘De allervreemdste manier om te sterven, ik weet wat die is. Kom, we gaan het doen.’
‘Doen, hoe bedoel je?’
De Cheshire Cat stopt haar de folder in de hand.
‘Het is vreemder als jij het met mij doet, in plaats van ikzelf. Stop de folder in mijn mond.’
Heel even aarzelt Alice, want ze heeft ook wel zin om te dammen, en met een Dode Kat gaat dat net iets moeilijker, maar haar nieuwsgierigheid haalt het van haar spelletjesdrang. Ze legt de folder op de tong van de Kat en duwt de hele handel diep zijn muil in.
‘Die...er, A…ce.’
Met volle kracht duwt Alice door. Haar onderarm verdwijnt in de muil van haar vriend.
‘Ik zit vast! Chesh, wat moet ik doen?’
De Cheshire Cat haalt zijn schouders op.
‘Alle…vree…e doo… Precie… wa… je wi…’
‘He, bedoel je dat we samen sterven?’
De kat zet zijn tanden in zijn dampartner. Centimeter na centimeter sleurt hij Alice’ arm dieper zijn keel in. Als Alice’ hoofd in zijn muil belandt, zegt ze ten slotte:
‘Ja, ik geloof wel dat dit de allervreemdste manier is om aan je einde te komen.’
De ‘Ooohs!’ en ‘Aaahs!’ zijn niet van de lucht als de Gravin en de Hartenkoningin de voordeur openen.
‘Wat een knapperd is de Mug! Dat lekker grote insectenlijf van hem, mmm.’
‘En dan de, hik, grappen die hij vertelde.’
De Gravin hikt nog na van het lachen.
‘Wie had ooit gedacht dat moord door vergiftiging zo lollig … OH MIJN GOD!’
De dames van adel doen een macabere ontdekking. Deels op de canapé, deels op het tapijt ligt het half verzwolgen lijk van de oppas, dat rare meisje Alice. Wat nog zichtbaar is van haar, is bedekt met een slijmerige massa. Er stijgt een zure geur uit op. De dames halen hun neus op. Maagzuur? Ter hoogte van Alice’ buik zit de breed opengesperde muil van de Verdwijnkat, de onverlaat die iedereen met tips voor winst bij het dammen lastigvalt. Of lastigviel. Zijn ogen zijn glazig, zijn snoet is dof. In zijn linkermondhoek zit een scheur die tot zijn borstkas loopt. Zijn voorpoten heeft hij om Alice’ heupen geklemd. De Gravin tikt met haar laars een poot aan. Onbeweeglijk, de rigor mortis is al ingetreden. Vreemd, heel vreemd zelfs om zijn volledige lichaam te zien, in plaats van een stukje.
‘Gulzigheid is de grootste zonde,’ prevelt de Gravin.
Dat kan de Hartenkoningin enkel beamen als ze de baby opmerkt. Hatta is uit haar bedje gekropen en knabbelt aan de staart van de Cheshire Cat.
De Gravin pakt Hatta op en zegt:
‘Nou, het loon van de oppas heb ik alvast uitgespaard.’




Opmerkingen